Zekerheid op lading

Pandrecht en retentierecht op roerende zaken en cognossement in het handelsverkeer
Zekerheid op lading
  • 978-94-90962-30-2
  • Handelsrecht
  • NTHR-reeks deel 14
  • Mr. H. Logmans
  • 464
  • 10-10-2011
  • € 74,00

Beschrijving

Dit boek handelt over de rol van het pandrecht en het retentierecht in het handelsverkeer. Onderzocht wordt in hoeverre logistieke dienstverleners en banken een vlot handelsverkeer kunnen en mogen belemmeren door middel van een beroep op een pand- of retentierecht. Een beroep op een van de genoemde zekerheidsrechten geeft de schuldeiser immers de bevoegdheid om de afgifte van de zaak te weigeren zolang de aan hem verschuldigde vordering niet is voldaan.


Het pand- en retentierecht van de fysieke distributeur, de bewaarnemer, de cargadoor, de stuwadoor, de expediteur en de vervoerder wordt besproken. Het gaat daarbij om de uitoefening van een zekerheidsrecht op een roerende zaak. Verder wordt het pandrecht van de bank die betrokken is bij een documentair krediet behandeld. De bank kan tevens een beroep doen op een retentierecht uit de wet. Daarom wordt ook het pand- en retentierecht op een cognossement behandeld.


De aandacht richt zich in dit boek in het bijzonder op drie onderwerpen. In de eerste plaats komt de wijze van totstandkoming van het pand- of retentierecht aan de orde. In de tweede plaats wordt de vraag beantwoord voor welke vorderingen het pand- of retentierecht kan worden uitgeoefend en jegens wie het zekerheidsrecht kan worden ingeroepen. In de derde plaats wordt onderzocht op welk moment het zekerheidsrecht eindigt. Een antwoord op deze vragen is gevonden door middel van een analyse van wetgeving, rechtspraak en literatuur. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van rechtsvergelijking, in het bijzonder met het Engelse en Duitse recht.


Inhoudsopgave

Lijst van afkortingen

1 Inleiding

1.1 Zekerheid voor banken en logistieke dienstverleners

1.2 Pand- en retentierecht in een vlot en complex handelsverkeer

1.3 Zekerheid in de goederenstroom

1.3.1 Retentierecht

1.3.2 Pandrecht

1.4 Zekerheid in de documentenstroom

1.4.1 Retentierecht

1.4.2 Pandrecht

1.5 Opzet van het onderzoek

1.5.1 Onderzoeksvraag en methode van onderzoek

1.5.2 Het begin van een antwoord

1.5.3 Plan van behandeling


2 Retentierecht op lading

2.1 Inleiding

2.2 Het retentierecht van fysieke distributeur, cargadoor, stuwadoor en opslagbedrijf

2.2.1 Rechtsbronnen

2.2.2 Het opschortingsrecht uit artikel 6:52 BW

2.2.2.1 Inhoud van het opschortingsrecht en verhouding tot het retentierecht

2.2.2.2 Opeisbare vordering

2.2.2.3 Samenhang tussen vordering en verplichting tot afgifte. Ondeelbaarheid

2.2.2.4 (On)gelijk oversteken. Zekerheidsstelling

2.2.3 Contractueel retentierecht

2.2.4 Engels recht

2.2.5 Duits recht

2.2.6 Bevindingen

2.3 Het retentierecht van de expediteur

2.3.1 Rechtsbronnen

2.3.2 Artikel 8:69 lid 2 BW

2.3.2.1 Retentierecht voor doen vervoeren van goederen en nevenwerkzaamheden

2.3.2.2 Huidige vorderingen. Verhouding tot artikel 6:52 BW

2.3.2.3 Opeisbare en toekomstige vorderingen. Zekerheidsstelling

2.3.2.4 Het remboursbedrag

2.3.3 Contractueel retentierecht. Nederlandse Expeditievoorwaarden

2.3.4 Engels recht

2.3.5 Duits recht

2.3.6 Bevindingen

2.4 Het retentierecht van de vervoerder

2.4.1 Rechtsbronnen

2.4.2 Verdragen

2.4.2.1 Artikel 13 lid 2 CMR

2.4.2.2 Artikel 49 Rotterdam Rules

2.4.2.3 Artikel 9 Draft Convention on contract of agency for forwarding agents relating to international carriage of goods

2.4.3 De vervoerrechtelijke retentierechten van Boek 8 BW

2.4.3.1 Historische ontwikkeling van de vervoerrechtelijke retentierechten

2.4.3.2 Verschillen tussen het vervoerrechtelijke retentierecht en het opschortingsrecht

2.4.3.3 Onderlinge verschillen tussen de vervoerrechtelijke retentierechten

2.4.4 Huidige vorderingen in de wet

2.4.4.1 Welke vorderingen onder het vervoerrechtelijk retentierecht vallen

2.4.4.2 Door de ontvanger verschuldigd

2.4.4.3 Een retentierecht voor opeisbare en toekomstige vorderingen

2.4.4.4 Ongelijk oversteken en freight prepaid. Cognossement in de binnenvaart

2.4.5 Vorderingen die voortvloeien uit eerdere of andere vervoer- overeenkomsten

2.4.5.1 Een retentierecht voor oude vorderingen en Almos/Warnas

2.4.5.2 Verdediging van een retentierecht van de vervoerder voor oude vorderingen

2.4.5.3 Vorderingen die voortvloeien uit een raam- of duurovereenkomst

2.4.5.4 Vorderingen die betrekking hebben op andere zaken in hetzelfde schip

2.4.6 Het contractuele retentierecht van de vervoerder

2.4.6.1 Inhoud van het contractuele retentierecht

2.4.6.2 Bijzondere bedingen. De cesser clause

2.4.7 Voorrang

2.4.8 Engels recht

2.4.9 Duits recht

2.4.10 Bevindingen

2.5 Conclusie


3 Zekerheid door macht over een zaak

3.1 Inleiding

3.2 Object van het zekerheidsrecht

3.2.1 Roerende zaken en geld

3.2.2 De lien op subvracht en subhuur is geen retentierecht

3.2.3 Papieren en waardepapieren

3.2.4 Weigering van afgifte van het cognossement door de vervoerder is geen retentierecht

3.3 Uitoefening van macht over de zaken

3.3.1 Retentierecht en macht over de zaken

3.3.2 Retentierecht en verlies van macht over de zaken. Afstand van retentierecht

3.3.3 Uitoefening en verlies van macht over de zaken bij een vuistpandrecht

3.4 Vormen van middellijk houderschap

3.4.1 Verbintenis tot afgifte van zaken door de middellijke houder

3.4.2 De bailment naar Engels recht

3.4.3 Hulp- en tussenpersonen in logistieke ketens en zaken onder een derde

3.5 Zekerheid bij gebruik van hulppersonen

3.5.1 Hulppersonen in het vervoer en retentierecht

3.5.2 Gebruik van hulppersonen buiten het vervoer. Toestemming

3.5.3 Gestapelde retentierechten

3.5.4 Vuistpandrecht bij gebruik van een hulppersoon

3.6 Zekerheid bij gebruik van tussenpersonen

3.6.1 Geen behoud van retentierecht in logistieke ketens

3.6.2 Contractuele mogelijkheden

3.6.3 Stil pandrecht in logistieke ketens

3.6.4 Het reclamerecht van de vervoerder na de aflevering

3.7 Zekerheid op goederen onderweg

3.7.1 Zaken onder een vervoerder. Retentierecht voor bank en expediteur

3.7.2 Rechten uit de vervoerovereenkomst

3.7.2.1 Recht op afgifte uit de vervoerovereenkomst

3.7.2.2 Beschikkingsrecht in CMR en CMNI

3.7.2.3 Right of control in de Rotterdam Rules. Het betoog van Van der Ziel

3.7.3 Retentierecht bij middellijke macht in het vervoer

3.7.3.1 Rechten uit de vervoerovereenkomst en machtsverschaffing door de eigenaar

3.7.3.2 Retentierecht en cognossement

3.7.3.3 Retentierecht en vrachtbrief of documentloos vervoer

3.7.3.4 Gestapelde retentierechten

3.8 Conclusie


4 Derdenwerking van retentierecht

4.1 Inleiding

4.2 Werking van het retentierecht tegen oudere derden

4.2.1 De regeling in de wet

4.2.1.1 Artikel 3:291 lid 2 BW en de parlementaire geschiedenis

4.2.1.2 Vervoerrechtelijke retentierechten en de verhouding tot artikel 3:291 lid 2 BW

4.2.2 Bevoegdheid en goede trouw

4.2.3 Welke vorderingen?

4.2.3.1 VGC/Ge SeaCo en debitum cum re iunctum

4.2.3.2 Inhoud van de bevoegdheid van de schuldenaar

4.2.3.3 Wettelijk en contractueel retentierecht. Bevoegdheid en vertrouwen

4.2.3.4 Verlengd retentierecht in de lagere rechtspraak

4.2.4 Verlengd retentierecht in een verbintenisrechtelijke rechtsverhouding

4.2.4.1 De conclusie van procureur-generaal Hartkamp. Het verkeersbelang

4.2.4.2 Houderschap met een verbintenisrechtelijk element

4.2.4.3 Lastgeving

4.2.4.4 Bijzondere relatie met feitelijke contacten. Datema/Pereira q.q.

4.2.4.5 Contractketens. Beroep op de eigen overeenkomst

4.2.4.6 Contractketens. Beroep op andermans overeenkomst

4.2.4.7 Contractketens. Retentierecht voor vorderingen uit de logistieke keten. Opvolgend vervoer

4.2.5 Rechtsvergelijking

4.2.5.1 Engels recht

4.2.5.2 Belgisch recht

4.2.5.3 Duits recht

4.2.6 Bevindingen

4.3 Werking van het retentierecht tegen jongere derden

4.3.1 De regeling in de wet

4.3.1.1 Artikel 3:291 lid 1 BW

4.3.1.2 De vervoerrechtelijke retentierechten

4.3.2 Jongere of oudere derde

4.3.3 Welke vorderingen?

4.3.3.1 Vergelijking tussen artikel 3:291 lid 1 BW en artikel 8:30 lid 2 BW

4.3.3.2 Contracteren met een eigenaar en oude vorderingen

4.3.3.3 Contracteren met een logistieke dienstverlener en huidige vorderingen

4.3.4 Verlengd retentierecht in een verbintenisrechtelijke rechtsverhouding. Verwijzing

4.3.5 Rechtsvergelijking

4.3.5.1 Duits recht als voorbeeld

4.3.5.2 Enkele aanvullende rechtsvergelijkende opmerkingen

4.3.6 Bevindingen

4.4 Het recht om afgifte van zaken te weigeren

4.4.1 Inhoud van het recht om afgifte te weigeren. Geen retentierecht

4.4.2 Toepassingsbereik van het recht om afgifte van zaken te weigeren

4.4.3 Het recht om afgifte van zaken te weigeren en de verhouding tussen derden

4.5 Conclusie


5 Pandrecht op lading

5.1 Inleiding

5.2 De beschikkingsbevoegde pandgever

5.2.1 Eigenaar. Vereisten voor de totstandkoming van een pandrecht

5.2.2 Koper onder eigendomsvoorbehoud

5.2.2.1 Beschikkingsonbevoegd tot onvoorwaardelijke verpanding en goede trouw

5.2.2.2 Beschikkingsbevoegd tot voorwaardelijke verpanding

5.2.3 Logistieke dienstverleners

5.2.3.1 Logistieke dienstverleners zijn beschikkingsonbevoegd. Goede trouw

5.2.3.2 Contractuele verlening van beschikkingsbevoegdheid. Pandrecht in de logistieke keten

5.2.4 Rechtsvergelijking. Duits recht

5.3 Derdenwerking van het pandrecht

5.3.1 In welke gevallen is er sprake van derdenwerking

5.3.2 De derde-cognossementhouder en Bosman/Condorcamp

5.3.2.1 Het feitencomplex in Bosman/Condorcamp

5.3.2.2 Procedure en relevante overwegingen

5.3.2.3 Reacties in de literatuur. De opvatting van Vriesendorp en Zwitser

5.3.2.4 Betekenis van Bosman/Condorcamp

5.3.3 Uitbreiding van Bosman/Condorcamp tot het gehele handelsverkeer ongewenst

5.3.4 Rangorde van goederenrechtelijke rechten

5.3.5 Rechtsvergelijkende opmerkingen. Duits recht

5.4 Conclusie


6 Pandrecht op cognossement

6.1 Inleiding

6.2 Het recht op aflevering van de zaken

6.2.1 Artikel 8:441 lid 1 BW. Cessie of derdenbeding

6.2.2 Heliopolis Star

6.2.2.1 Feiten

6.2.2.2 Procedure en rechtsoverwegingen

6.2.2.3 Het pandrecht van de verzendexpediteur in Heliopolis Star

6.2.3 Pandrecht op ordercognossement en recht- en regelmatig houderschap

6.2.3.1 De dubbele rol van het cognossement en het endossement

6.2.3.2 Enkele a-typische gevallen

6.2.3.3 Engels en Duits recht

6.2.4 Gewenst recht. Het cognossement behandelen als een roerende zaak

6.3 Het recht op de zaken

6.3.1 Artikel 8:417 BW. Absolute theorie, representatietheorie en relatieve theorie

6.3.2 Betekenis van artikel 8:417 BW. Het cognossement als legitimatiepapier

6.3.3 Rechtsvergelijkende opmerkingen

6.4 Pandrecht op cognossement door banken bij een documentair krediet

6.4.1 De werking van een documentair krediet

6.4.2 Documentair krediet naar Nederlands recht

6.4.2.1 Directe verkrijging door koper bij cognossementen aan order

6.4.2.2 Beschikkingsbevoegdheid opdrachtgever bij documentair krediet

6.4.2.3 Het pandrecht van de confirmerende bank

6.4.3 Rechtsvergelijkende opmerkingen

6.4.4 De koper weigert het cognossement of de lading

6.4.4.1 Weigering en documentenkoop

6.4.4.2 Weigering van de documenten

6.4.4.3 Weigering van de lading

6.5 Aflevering ten nadele van de pandhouder op cognossement

6.5.1 Pandrecht op cognossement in een vlot handelsverkeer

6.5.2 Pandrecht op cognossement voor aflevering van de lading

6.5.3 Pandrecht op cognossement na aflevering van de lading

6.5.3.1 Het pandrecht op cognossement en daarmee op de zaken (artikel 8:417 BW)

6.5.3.2 Het recht op vervangende schadevergoeding van de pandhouder (artikel

8:441 BW)

6.5.4 Rechtsvergelijkende opmerkingen. The Future Express

6.6 Concurrentie van cognossementexemplaren

6.6.1 Het recht op aflevering en het recht op de zaak

6.6.2 Rechtsvergelijkende opmerkingen

6.7 Conclusie


7 Het pandrecht op cognossement bij aflevering van de lading

7.1 Inleiding

7.2 De bank en zijn pandrecht op cognossement

7.2.1 Inning en executie van de zaken bij vuistpandrecht

7.2.2 Einde van het vuistpandrecht. Het cognossement in de macht van de pandgever

7.2.3 Stil pandrecht op cognossement

7.3 De bank maakt gebruik van een lasthebber of subkoper

7.3.1 De bank geeft het cognossement over aan een lasthebber

7.3.2 Aflevering van de zaken aan de lasthebber van de bank

7.3.3 Middellijk houderschap van de bank en betrokkenheid bij de aflevering in enkele Amerikaanse uitspraken

7.3.4 De bank geeft het cognossement over aan een subkoper

7.3.5 De bank geeft toestemming aan de vervoerder om af te leveren aan de subkoper

7.3.5.1 De bank oefent zijn rechten uit het cognossement uit

7.3.5.2 Het arrest EWL/Fortis

7.3.5.3 Commentaar op EWL/Fortis

7.4 Conclusie


8 Slotbeschouwing

8.1 Inleiding

8.2 Zekerheidsrechten in een vlot handelsverkeer

8.2.1 Opzet van het onderzoek

8.2.2 Ontstaan en eindigen van het zekerheidsrecht

8.2.2.1 Onmiddellijke macht over zaak of cognossement

8.2.2.2 Middellijke macht over zaak of cognossement

8.2.2.3 Zekerheid zonder macht over de zaak

8.2.2.4 De rol van het endossement bij ordercognossementen

8.2.3 Vorderingen waarvoor het zekerheidsrecht wordt uitgeoefend

8.2.3.1 Uitoefening van het retentierecht jegens de contractuele wederpartij

8.2.3.2 Uitoefening van het retentierecht jegens derden

8.2.3.3 Uitoefening van het pandrecht jegens pandgever en derden

8.2.4 Verhaal op de zaak

8.2.4.1 Voorrang

8.2.4.2 Prioriteit en rangorde van zekerheidsrechten

8.2.5 Resultaten van het onderzoek

8.2.5.1 Drie hoofdregels

8.2.5.2 Aanpassing van zekerheidsrechten binnen het wettelijk systeem

8.2.5.3 Voorstellen tot aanpassing van het wettelijk systeem

8.3 Ontwikkeling van zekerheidsrechten in Europa

8.3.1 Een functionele benadering van zekerheidsrechten

8.3.2 De Draft Common Frame of Reference

8.3.3 Een uniform zekerheidsrecht in het handelsverkeer


Samenvatting

Summary

Lijst van aangehaalde literatuur

Rechtspraakregister

Register op aangehaalde regelgeving

Trefwoordenregister

Curriculum vitae

Over de auteur

Mr. H. Logmans studeerde Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en promoveerde op bovenstaand proefschrift op 7 oktober 2011.

Recent verschenen