Enige vraagstukken van verzekeringsdekking

Enige vraagstukken van verzekeringsdekking
  • 9789490962135
  • Handelsrecht
  • ACIS serie deel 6
  • Mr. F. Stadermann
  • 166
  • 01-04-2011
  • € 29,75

Beschrijving

Dit boek is een bundeling van eerdere publicaties van mr. F. Stadermann. Hij behandelt vraagstukken van verzekeringsdekking waarmee hij in zijn werk als advocaat werd geconfronteerd en waarop wet, wetsgeschiedenis, literatuur en jurisprudentie geen antwoord geven. Diepgaand onderzocht en besproken worden:

  • de omstandighedenmelding bij claims made verzekeringen,

  • de mededelingsplicht van de verzekeraar die ontdekt dat zijn verzekerde bij het afsluiten van de verzekering relevante informatie heeft achtergehouden,

  • de in polissen van bestuurders- en commissarissenverzekeringen veelal voorkomende "Severability clause",

  • de vraag wanneer een verzekeraar gebonden is aan een in de polis opgenomen getaxeerde waarde van het verzekerde object,

  • de vraag, indien die gebondenheid er inderdaad is, welk bedrag dan dient te worden uitgekeerd.


In hoofdstukken die geactualiseerde bewerkingen zijn van hoofdstukken uit de bundel "Het Nieuwe Verzekeringsrecht Titel 7.17 BW belicht", worden ook uitvoerig behandeld:

  • de schademelding (artikel 7:941 BW),

de bereddingsplicht (artikel 7:957BW).


Auteur

Mr. F. Stadermann is advocaat te Rotterdam en  gespecialiseerd in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht. Hij is een van de oprichters van de Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA), waar hij ook lid van is. Hij doceert regelmatig en heeft zitting in beroepscommissies van organisaties in de verzekeringsbranche. Sinds mei 2009 is hij verbonden als onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) van de Universiteit van Amsterdam.


Inhoud

Afkortingen / 11

Lijst van verkort aangehaalde literatuur / 13

Inleiding en verantwoording / 23

1 De omstandighedenmelding onder claims made-verzekeringen, een analyse / 37

1.1 Inleiding / 37

1.2 Te beantwoorden vragen / 39

1.3 Wat is een ‘omstandigheid’ en welke beperkingen gelden daarbij? / 39

1.3.1 De omstandighedenmelding is een compromis / 39

1.3.2 Nadere analyse van het begrip ‘omstandigheid’ / 40

1.3.2.1 ‘Zal voortvloeien’ en ‘kan voortvloeien’ / 40

1.3.2.2 Voldoende dreiging / 42

1.3.2.3 Voldoende specifiek / 43

1.3.3 Nog een belangwekkende beperking ten aanzien van de omstandighedenmelding; bewustheid van omstandigheid / 43

1.4 Bij wie dient de melding te worden gedaan? / 44

1.5 Wanneer dient de melding te worden gedaan? / 44

1.5.1 Mag gemeld worden aan het einde van de verzekering? / 44

1.5.2 Mag al eerder dan aan het einde van de verzekering worden gemeld? / 45

1.5.3 Er moet ‘zo spoedig mogelijk’ worden gemeld / 45

1.5.4 Er zijn twee aanvangsmomenten voor ‘zo spoedig mogelijk / 45

1.5.5 Maar er mag ook weer niet te vroeg worden gemeld / 46

1.5.6 Conclusie met betrekking tot de vraag wanneer de omstandighedenmelding dient te worden gedaan / 46

1.6 De reactie van de verzekeraar na een omstandighedenmelding / 47

1.7 Wat is de omstandighedenmelding eigenlijk: een recht, een plicht of allebei? / 47

1.8 Hoe verhoudt de regeling zich tot de wet? / 49

1.8.1 Voor wat betreft de consequenties voor de uitloop is de omstandighedenmelding niet in strijd met de wet / 49

1.8.2 Analyse van de omstandighedenmelding voor zover niet-nakoming

de dekking voor tijdens de looptijd ingediende claims beperkt of doet vervallen / 50

1.8.3 Wat moet worden verstaan onder ‘de verwezenlijking van het risico’ als bedoeld in art. 7:941 lid 1 BW? / 50

1.8.4 Conclusie: de omstandighedenmelding voor zover niet-nakoming daarvan het recht op dekking voor tijdens de looptijd ingediende claims beperkt, vormt een door de wet niet toegestane afwijking van art. 7:941 lid 1 BW / 53

1.8.5 Terughoudendheid bij interpretatie is gewenst / 53

1.8.6 Toetsing aan art. 7:941 lid 4 BW? / 54

1.9 Sluit de uitloopdekking na een omstandighedenmelding aan op de dekking onder een nieuwe claims made-verzekering? / 54

1.9.1 De inloopdekking bij de opvolgende verzekering/het voorrisico / 54

1.9.2 Wettelijke beperkingen van de inloop / 54

1.9.3 De no claim-statement / 55

1.9.4 Beperkingen uit de polis (I); ‘gedekt mits geen bekendheid’ en the prior knowledge exclusion / 56

1.9.5 Beperkingen uit de polis (II); gangbare claims made-verzekeringen

bieden in werkelijkheid een beperkte act committed-dekking / 57

1.9.6 Kanttekeningen bij de claims made-polis zonder inloop / 57

1.9.7 Inloop en coassurantie / 58

1.10 Kan de verzekerde de door de omstandighedenmelding gehanteerde beperking van het recht op uitloop omzeilen? / 59

1.11 Waarschuwingsplicht met betrekking tot en toelaatbaarheid van claims made-verzekering zonder enige vorm van omstandighedenmelding/uitloop? / 60

1.12 Samenvatting van mijn conclusies / 62

2 De verplichtingen voor de verzekerde na het ontstaan van de schade / 65

2.1 Inleiding / 65

2.2 Meldingsplicht / 65

2.2.1 Grondslag meldingsplicht voor wat betreft de derde-verzekerde die nog niet heeft aanvaard / 66

2.2.2 Wetenschap bij de verzekerde / 66

2.2.3 De verwezenlijking van het risico / 66

2.2.4 ‘Zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is’ / 67

2.2.5 Verschaffen van inlichtingen en bescheiden / 67

2.2.6 Sancties op niet-nakoming van verplichtingen ex lid 1 en 2 van art. 7:941 BW / 68

2.2.7 Onduidelijkheid omtrent aansprakelijkheid van verzekeringnemer bij niet-nakoming? / 70

2.2.8 Een uitstapje buiten het verzekeringsrecht / 70

2.2.9 Alleen verval van het recht op uitkering als verzekeraar in redelijk belang is geschaad; bewijslast / 70

2.2.10 Mogen verzekeraars de bewijslast verleggen? / 72

2.2.11 Algeheel of gedeeltelijk verval van recht? / 73

2.2.12 Bij opzet wel een wettelijk verval van het recht op uitkering / 74

2.2.13 Tenzij… / 75

2.2.14 Samenvatting van het systeem / 77

2.2.15 Waarom het systeem ingewikkeld is / 77

2.2.16 Dwingend recht / 77

2.3 Verbod op erkenningen; bestaande problemen / 78

2.3.1 De wettelijke regeling / 78

2.3.2 Dwingend recht / 79

2.3.3 Kanttekeningen bij het verbod op het doen van erkenningen / 79

2.4 Samenvatting van mijn conclusies / 80

3 De bereddingsplicht / 83

3.1 Inleiding / 83

3.2 Verzekerde en verzekeringnemer / 83

3.3 Rechtskarakter van de bereddingsplicht / 84

3.4 Moment van ontstaan van de bereddingsplicht / 85

3.5 De omvang van de bereddingsplicht; de aard van de maatregelen / 86

3.6 Wetenschap bij de verzekerde / 87

3.7 Wanneer behoort de verzekerde te weten? / 88

3.8 Aanspraak op vergoeding hangt niet af van resultaat / 88

3.9 Recht op vergoeding als de verzekerde onvoldoende heeft bered? / 89

3.10 Welke maatregelen komen voor vergoeding in aanmerking? / 89

3.11 De vergoedingsplicht is niet ruim genoeg / 90

3.12 Vergoeding ook bij overschrijding van verzekerde som / 92

3.13 Gevolgen van het niet nakomen van de bereddingsplicht / 92

3.14 Beredden tegen wil en dank van de verzekeraar? / 94

3.15 Onderverzekering; verzekerd belang versus onverzekerd belang / 95

3.16 Door of op instigatie van de verzekerde / 95

3.17 Is de bereddingskostenregeling van dwingend recht? / 96

3.18 Invloed van redelijkheid en billijkheid op vergoedingsplicht? / 97

3.19 Conclusies / 98

4 De mededelingsplicht van de verzekeraar na ontdekking van de verzwijging / 99

4.1 Inleiding / 99

4.2 Ontstaan van de mededelingsplicht: ‘binnen twee maanden na ontdekking’ / 100

4.2.1 Het begrip ‘ontdekking’ nader bekeken / 100

4.2.2 Enkele voorbeelden ter nadere beschouwing / 101

4.2.3 Is het subjectieve criterium ‘ontdekking’ toereikend voor een rechtvaardige uitleg van de mededelingsplicht? (voorbeelden 1, 2 en 3) / 102

4.2.4 Binnen twee maanden nadat de verzekeraar had behoren te ontdekken? / 103

4.2.5 Terughoudendheid bij het aannemen van ‘ontdekking’ (voorbeelden 4 en 5) / 104

4.2.6 Samenvattend voor wat betreft het begrip ‘ontdekking’; voorstel voor een definitie / 106

4.2.7 Toerekening van ontdekking door expert als hulppersoon aan verzekeraar? / 106

4.2.8 De termijn is fataal; verlenging is niet mogelijk / 107

4.2.9 Bewijslast met betrekking tot de vraag of de verzekeraar zich heeft gehouden aan de twee maanden-termijn / 108

4.2.10 Een blik over de landsgrenzen / 110

4.3 De inhoud van de mededelingsplicht van de verzekeraar / 110

4.3.1 Vragen met betrekking tot de inhoud van de mededelingsplicht / 110

4.3.2 Moet de verzekeraar expliciet zijn voor wat betreft de ontdekte feiten? / 111

4.3.3 Twee maanden-termijn ziet op meedelen van ontdekking van de verzwijging en mogelijke gevolgen, niet op meedelen van daadwerkelijke gevolgen / 112

4.3.4 Moet de verzekeraar volledig zijn bij het noemen van de mogelijke gevolgen? / 112

4.3.5 De mededeling moet gericht worden aan de verzekeringnemer / 114

4.3.6 Afsluitend / 114

5 Van Severability clause naar Onschuldige Bestuurders-clausule / 117

5.1 Inleiding / 117

5.2 De meeverzekerde derde in het algemeen na een beroep op verzwijging / 117

5.3 De positie van de derde bij BCA-polissen / 118

5.4 Probleemstelling / 120

5.5 De Severability clause / 120

5.6 De Severability clause nader beschouwd / 121

5.7 Poging tot uitleg van de Severability clause naar Nederlands recht / 122

5.8 De beslissing van het Oberlandesgericht Düsseldorf / 123

5.9 Conclusie / 124

5.10 Hoe moet het dan wel? Voorstel voor een Onschuldige Bestuurdersclausule / 125

6 De (on)aantastbaarheid van de deskundigentaxatie als bedoeld in art. 7:960 BW / 127

6.1 Inleiding en vraagstelling / 127

6.2 Opbouw van deze bijdrage / 128

6.3 Het oude recht / 128

6.4 De gangbare opvatting: de verzekering op basis van een deskundigentaxatie zou een vaststellingsovereenkomst zijn / 129

6.5 Bespreking van de gangbare opvatting / 130

6.5.1 Vraagstelling / 130

6.5.2 Kenmerken van de vaststellingsovereenkomst / 130

6.5.3 Redenen waarom de deskundigentaxatie niet beantwoordt aan de kenmerken van een vaststellingsovereenkomst / 131

6.5.4 Conclusie met betrekking tot de gangbare opvatting / 133

6.6 Praktisch bezwaar met betrekking tot de gangbare opvatting / 134

6.6.1 Rechtsgevolgen van dwaling bij vaststellingsovereenkomst en van dwaling bij verzekeringsovereenkomst zijn onverenigbaar / 134

6.6.2 De gangbare opvatting stelt de verzekeraar voor een puzzel / 135

6.7 Mijn eigen opvatting: een verklaring dat de verzekeraar de opgegeven waarde voor waar aanneemt en waaraan de verzekeraar op grond van art. 3:35 BW is gebonden / 137

6.8 Wanneer kan een getaxeerde waarde in de verzekerings- overeenkomst worden aangetast als deze voortvloeit uit een verklaring als bedoeld in art. 3:35 BW? / 138

6.9 De rol van de polis / 139

6.9.1 De vermelding van de getaxeerde waarde in de polis zou op grond van art. 157 lid 2 Rv tegenover de verzekeraar dwingend bewijs opleveren / 139

6.9.2 Wat de vermelding van de verzekerde waarde in de polis wel betekent / 140

6.10 Resumé van de bevindingen / 141

7 Vergoeding van waardevermindering bij te hoge deskundigen taxatie als bedoeld in art. 7:960 BW / 145

7.1 Inleiding en vraagstelling / 145

7.2 Nadere analyse van het probleem / 146

7.3 Een onmogelijke oplossing / 147

7.4 Een reële oplossing; een proportionele oververzekeringsregel / 147

7.5 Een proportionele benadering past in het huidige verzekeringsrecht / 148

7.6 Het oude goederentransportverzekeringsrecht kende al een proportionele oververzekeringsregel: de rafactiemethode / 149

7.6.1 Het arrest van de Hoge Raad van 6 oktober 1978 / 150

7.6.2 De rafactiemethode toegepast op het in deze bijdrage gehanteerde voorbeeld / 151

7.7 Voorstel tot invoering van een proportionele oververzekerings- regel in geval van waardevermindering na een te hoog getaxeerde verzekerde waarde / 151

Uitleiding / 153

Overzicht van geraadpleegde jurisprudentie / 157

Summary of ‘Some issues relating to insurance cover’ / 161

Dankwoord / 165

Recent verschenen

Bouwrecht deel 8 (6<sup>e</sup> druk)

Bouwrecht deel 8 (6e druk)

Mr. M.A. van Wijngaarden, mr. M.A.B. Chao-Duivis