Elektronisch handelsrecht

De juridische aspecten van elektronische communicatie in het handelsrecht
Elektronisch handelsrecht
  • 9789077320549
  • Handelsrecht
  • NTHR-reeks 8
  • Mr. H.P.A.J. Martius
  • 350
  • 31-05-2008
  • € 46,00

Beschrijving

Dit boek behandelt de juridische aspecten van elektronische communicatie in het handelsrecht met bijzondere aandacht voor het verzekerings- en vervoerrecht.

Achtereenvolgens worden de juridische aspecten van communicatie langs elektronische weg in het handelsrecht, de verklaring langs elektronische weg, het elektronische overeenkomstenrecht, elektronische algemene voorwaarden, het elektronische verzekeringsrecht en elektronische documenten in de vorm van de vrachtbrief en het cognossement bij vervoer over de weg en het water behandeld.

Tot slot wordt in het voorlaatste hoofdstuk de balans opgemaakt en worden in het laatste hoofdstuk de conclusies ten aanzien van het materiële recht getrokken.

Een functionele rechtsvergelijking wordt gemaakt tussen het Nederlandse, Belgische, Duitse en Engelse recht.

Aan de tekst zijn een samenvatting in het Engels, een literatuurlijst, een overzicht van jurisprudentie en een trefwoordenregister toegevoegd.


Inhoudsopgave

Voorwoord


1. Vermogens- en handelsrecht voor het digitale tijdperk Juridische aspecten van communicatie langs elektronische weg in het handelsrecht

1.1 Onderzoeksobject

1.2 Onderzoeksopzet


2. De verklaring langs elektronische weg

2.1 Inleiding

2.1.1 Plan van behandeling

2.1.2 Regelgevend kader en probleemstelling

2.2 De werking van een verklaring

2.2.1 De werking van een verklaring: de ontvangsttheorie van art. 3:37 lid 3 BW in kort bestek

2.2.2 De ontvangsttheorie van art. 3:37 lid 3 BW en elektronische berichtgeving

2.3 Nuancering van de mailboxontvangsttheorie

2.3.1 Nuanceringen van de mailboxontvangsttheorie aan de hand van art. 3:37 lid 3 BW

2.3.2 Nuanceringen op de ontvangsttheorie: drie ficties

2.3.3 Eerste nuancering: eigen handeling van de geadresseerde

2.3.4 Tweede nuancering: handeling van personen voor wie de geadresseerde aansprakelijk is

2.3.5 Derde nuancering: omstandigheden omtrent de persoon van de geadresseerde

2.3.6 Onjuiste overbrenging van de elektronische verklaring

2.3.7 Correcties op de nuanceringen van de zuivere mailboxontvangsttheorie

2.4 De elektronische verklaring inhoudende een aanvaarding

2.5 Bewijslastverdeling tussen verzender en geadresseerde ter zake van de ontvangst

2.6 Art. 6:227c lid 3 BW

2.6.1 Ontvangst volgens art. 6:227c lid 3 BW: de regeling

2.6.2 Toegankelijkheidstheorie: mailboxontvangsttheorie of computerontvangsttheorie

2.6.3 De verhouding tussen art. 3:37 lid 3 BW en art. 6:227c lid 3 BW

2.7 De bewijslast van de werking van een elektronische verklaring in het algemeen

2.8 Conclusie


3. Elektronisch overeenkomstenrecht

3.1 Inleiding

3.1.1 Hoe schriftelijk is elektronisch?

3.1.2 Algemeen regelgevend kader en het elektronische overeenkomstenrecht

3.1.3 Kan aan een wettelijk schriftelijkheidsvereiste ook langs elektronische weg voldaan worden?

3.2 De totstandkoming van een elektronische overeenkomst

3.2.1 De totstandkoming van de e-overeenkomst: aanbod en uitnodiging tot het doen van een aanbod: introductie

3.2.2 De totstandkoming van de overeenkomst langs elektronische weg: nationaal recht

3.2.3 De totstandkoming van de elektronische overeenkomst: gelijkstelling elektronisch aan schriftelijk

3.2.4 De kwalificatie van een elektronische verklaring als een aanbod of een uitnodiging tot het doen van een aanbod

3.2.5 Een elektronische advertentie in verhouding tot een aanbod in webwinkel

3.2.6 Het moment waarop een aanbod is gedaan

3.2.7 Aanbod via individueel communicatiemiddel of aanbod via website

3.2.8 Geldigheidsduur van elektronisch aanbod: wettelijk geregeld?

3.2.9 Is een elektronisch aanbod te kwalificeren als mondeling of schriftelijk?

3.2.10 Het elektronische aanbod gekwalificeerd als aanbod sui generis

3.2.11 Uitzonderingen op de gelijkstelling van de elektronische vorm aan de schriftelijke bij de totstandkoming van overeenkomsten

3.2.12 De elektronische akte

3.3 Beëindiging van een overeenkomst langs elektronische weg

3.3.1 De elektronische ontbindingsverklaring

3.3.2 Ontbinding na ingebrekestelling

3.3.3 De elektronische ingebrekestelling in verhouding tot de Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel

3.3.4 Functie van de ingebrekestelling

3.3.5 Vormvrijheid van de vernietigingsverklaring

3.4 Verjaring

3.5 Dient het gebruik van elektronische communicatie altijd wettelijk mogelijk gemaakt te worden?

3.6 Conclusie


4. Elektronisch handelsrecht en algemene voorwaarden

4.1 Inleiding

4.1.1 Plan van behandeling

4.1.2 Elektronische algemene voorwaarden

4.2 Toepasselijkheid van elektronische algemene voorwaarden

4.3 Primaire mogelijkheid vervulling informatieplicht

4.3.1 Elektronische terbeschikkingstelling volgens art. 6:234 lid 1 sub c BW als redelijke mogelijkheid

4.3.2 Het limitatieve karakter van art. 6:234 lid 1 sub c BW: extern en intern

4.3.3 Art. 6:234 lid 1 sub c BW en de uitzonderingen van het arrest Geurtzen/Kampstaal

4.3.4 Terbeschikkingstelling langs elektronische weg in de praktijk: de systematiek van art. 6:234 lid 1 sub c BW

4.3.5 De primaire mogelijkheid tot kennisneming ex art. 6:234 lid 3 sub c BW: terbeschikkingstelling langs elektronische weg via een hyperlink

4.3.6 Het gebruik van een hyperlink op een webpagina

4.3.7 Het gebruik van een hyperlink in een e-mailbericht

4.3.8 De mogelijkheid om algemene voorwaarden op te slaan

4.3.9 Toegankelijkheid van de algemene voorwaarden

4.4 Subsidiaire mogelijkheid vervulling informatieplicht

4.4.1 De subsidiaire mogelijkheid van art. 6:234 lid 1 sub c BW: bekendmaking

4.4.2 De subsidiaire mogelijkheid ex art. 6:234 lid 1 sub c BW: aanbod van toezending

4.5 Leesbaarheid en taal van de algemene voorwaarden

4.6 Uitsluiting van grote ondernemers ex art. 6:235 BW

4.7 Elektronische communicatie in algemene voorwaarden

4.7.1 Elektronische communicatie in algemene voorwaarden: e-mail, elektronische handtekening en de adresclausule. Art. 6:236 sub l BW jo. art. 6:237 sub m BW

4.7.2 Opzegging per e-mail

4.8 Conclusie


5. Elektronisch verzekeringsrecht

5.1 Inleiding

5.1.1 Plan van behandeling1

5.1.2 Regelgevend kader

5.2 De totstandkoming

5.2.1 De totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst

5.2.2 Niet-constitutieve wettelijke vereisten met betrekking tot de totstandkoming van een overeenkomst in algemene zin

5.2.3 Verzekeringsvoorwaarden als algemene voorwaarden

5.2.4 Elektronisch verzekeren

5.3 Mededelingen van de verzekeraar

5.3.1 Mededelingen van de verzekeraar in de zin van art. 7:933 BW

5.3.2 De vorm van de mededeling

5.3.3 Mededelingen van de verzekeraar langs elektronische weg: regel en uitzondering naar toekomstig recht

5.3.4 Het vereiste van expliciete instemming

5.3.5 Het elektronische adres

5.3.6 Integrale gelijkstelling van de mogelijkheid van elektronische mededelingen aan die van schriftelijke

5.4 Elektronische polis

5.4.1 De elektronische polis: naar huidig recht?

5.4.2 De elektronische polis, de Richtlijn elektronische handel en de Richtlijn elektronische handtekeningen

5.4.3 Aanpassing van de huidige wetgeving: de elektronische polis

5.5 De toonderpolis

5.5.1 De elektronische toonderpolis en de elektronische orderpolis

5.5.2 De toonderpolis en het zaaksbegrip

5.5.3 Levering van het elektronische toonderpapier: houderschap

5.6 Conclusie / 172


6. Elektronische documenten voor het vervoer van goederen over de weg en het water: de vrachtbrief en het cognossement

6.1 Inleiding

6.1.1 Plan van behandeling

6.1.2 Functies van transportdocumenten: vrachtbrief en cognossement

6.2 Elektronische vrachtbrief

6.2.1 De elektronische vrachtbrief

6.2.2 Een elektronische vrachtbrief naar nationaal recht?

6.3 Elektronisch CMR

6.3.1 Het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR)

6.3.2 Elektronisch CMR: de opties

6.3.3 Additioneel protocol CMR: UNIDROIT/UNCITRAL

6.4 Voorwaarden elektronische vrachtbrief

6.4.1 Elektronische vrachtbrief: authenticiteit

6.4.2 Toegankelijkheid van de elektronische vrachtbrief

6.4.3 Integriteit van de elektronische vrachtbrief

6.4.4 Overeenstemming tussen partijen over het gebruik van een elektronische vrachtbrief

6.4.5 Papier nog nodig in de praktijk

6.4.6 Is een digitale vrachtbrief hetzelfde als een elektronische vrachtbrief?

6.4.7 Aanhangsels bij de elektronische vrachtbrief

6.5 Andere elektronische communicatie dan de vrachtbrief onder de CMR

6.6 Techniek van regelgeving

6.6.1 Techniek van regelgeving van de elektronische vrachtbrief en communicatie langs elektronische weg

6.6.2 De elektronische vrachtbrief onder de CMNI: een korte vergelijking

6.6.3 De elektronische vrachtbrief onder de AUCMR: een korte vergelijking

6.7 Enkele slotoverwegingen ten aanzien van een additioneel protocol met betrekking tot de elektronische vrachtbrief en andere elektronische communicatie

6.8 Elektronische waardepapieren

6.8.1 Elektronische waardepapieren in het vervoerrecht: het cognossement

6.8.2 SeaDocs

6.8.3 CMI Rules

6.8.4 Bolero Bill of Lading

6.8.5 Elektronisch cognossement: ja of nee?

6.9 Het elektronische cognossement

6.9.1 Het elektronische cognossement naar nationaal recht

6.9.2 Het elektronische cognossement als zaak

6.9.3 Elektronische bezitsoverdracht zonder feitelijke elektronische machtsoverdracht

6.10 Concluderende opmerkingen


7. Balans

7.1 De onderzoeksvragen

7.2 Elektronisch vermogens- en handelsrecht

7.2.1 Elektronisch vermogens- en handelsrecht: vorm of inhoud?

7.2.2 Elektronisch en schriftelijk: gelijkstelling in plaats van gelijkenis

7.2.3 Basisvoorwaarden voor communicatie langs elektronische weg

7.3 Functies van schriftelijkheid

7.3.1 Functies van schriftelijkheid in het overeenkomstenrecht

7.3.2 Functie van schriftelijkheid in het goederenrecht

7.4 Functionele gelijkwaardigheid

7.4.1 Functionele gelijkwaardigheid van elektronische en schriftelijke communicatie in het contractenrecht

7.4.2 Functionele gelijkwaardigheid van elektronische en schriftelijke communicatie in het goederenrecht

7.4.3 Functionele equivalentie: rechtszekerheid en handelsverkeer

7.5 Recht en techniek

7.5.1 Implementatie: de faciliterende rol van het (handels)recht

7.5.2 Technologieneutrale regelgeving: het streven naar technologievrij recht

7.5.3 Termijnvisie

7.5.4 Integrale aanpak techniekspecifieke wetgeving in het Burgerlijk Wetboek


8. Eindconclusies ten aanzien van materieel recht

8.1 Inleiding

8.2 De elektronische verklaring

8.3 Het overeenkomstenrecht en communicatie langs elektronische weg

8.4 Algemene voorwaarden en communicatie langs elektronische weg

8.5 Het verzekeringsrecht en communicatie langs elektronische weg

8.6 Vervoerrecht en communicatie langs elektronische weg

8.7 Tot slot: elektronisch handelsrecht (e-handelsrecht)


Summary

Literatuurlijst

Jurisprudentieregister

Trefwoordenregister

Bijlage 1. Besluit regels verzending mededelingen langs elektronische weg

Bijlage 2. Wetsvoorstel wijziging Rv en BW


Over de auteur(s)

Mr. H.P.A.J. Martius afgestudeerd aan de Universiteit Leiden en University of Oxford en gepromoveerd aan de Open Universiteit Nederland, is sinds 2007 als advocaat op het gebied van het Ondernemingsrecht (in het bijzonder het bank & -effectenrecht) en als adviseur bij het Wetenschappelijk Bureau verbonden aan AKD Prinsen Van Wijmen.

Daarnaast publiceert en doceert de auteur regelmatig en is hij actief in redacties van verschillende juridische tijdschriften en is docent bij de UvA Amsterdam Business School en onderzoeker aan de Open Universiteit.

Binnenkort verschijnt

Recent verschenen

Bouwrecht deel 7 (6<sup>e</sup> druk)

Bouwrecht deel 7 (6e druk)

Mr. M.A. van Wijngaarden, mr. M.A.B. Chao-Duivis