CMR: Internationaal vervoer van goederen over de weg

Een praktische en rechtsvergelijkende benadering
CMR: Internationaal vervoer van goederen over de weg
  • 9789077320105
  • Handelsrecht
  • Mr. drs. M.L. Hendrikse, prof. mr. Ph.H.J.G. van Huizen
  • 322
  • 01-09-2005
  • € 53,00

Beschrijving

Over het internationaal vervoer van goederen over de weg zijn weinig recente, juridische, praktische en Nederlandstalige naslagwerken. Dit boek voorziet in deze lacune. Het doel is de praktijkjurist die zich met het internationaal wegvervoer bezighoudt op zijn wenken te bedienen door wetenschappelijke diepgang te combineren met oog voor de praktische toepasbaarheid.

Het boek biedt de jurist die zich in zijn praktijk geconfronteerd ziet met het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) de mogelijkheid antwoord te vinden op zijn vragen. Naast het weergeven van de ‘state of the art’ zijn zo veel mogelijk bruikbare oplossingen gegeven voor problemen waar pasklare antwoorden niet (direct) voorhanden zijn en zijn ook – voorzover toepasselijk – kritiekpunten bij bestaande uitgangspunten en oplossingen geplaatst. De CMR is een internationale regeling. Verdragen dienen in beginsel uniform uitgelegd te worden. Het kennis nemen van buitenlandse uitspraken en buitenlandse literatuur is daarmee voor de Nederlandse rechter, advocaat en bedrijfsjurist in het kader van de CMR-regeling belangrijk. In dit boek komen deze buitenlandse rechtsbronnen dan ook ruimschoots aan de orde.


Inhoudsopgave


Voorwoord – M.L. Hendrikse en Ph.H.J.G. van Huizen

Lijst van auteurs

Lijst van afkortingen


1. De geschiedenis van de CMR – S.W. Margetson

1.1 Het ontstaan van het Verdrag

1.2 Het SDR-protocol van 1978


2. Uniforme uitleg van internationale regelingen aangaande het wegvervoer en in het bijzonder de CMR – H.M.B. Brouwer, M.L. Hendrikse en N.J. Margetson

2.1 Inleiding

2.2 Het proces van autonome interpretatie van bepalingen in uniforme regelingen

2.3 Uniforme uitleg in de praktijk

2.4 Oplossingen ter bevordering van uniforme uitleg van internationale eenvormige bepalingen


3. De toepasselijkheid van de CMR ingevolge art. 1 – S.W. Margetson

3.1 Inleiding

3.2 De reikwijdte

3.3 Contractuele toepasselijkheid7

3.4 De uitzonderingen van lid 4

3.5 Aanvang en einde van de reis


4. Stapelvervoer (art. 2 CMR) – H.M.B. Brouwer en M.L. Hendrikse

4.1 Inleiding

4.2 De hoofdregel van art. 2 CMR

4.3 Voorwaarden voor afwijking van de hoofdregel van art. 2 CMR

4.3.1 Algemeen / 45

4.3.2 De voorwaarde ‘tijdens het vervoer door een ander vervoermiddel’

4.3.3 De voorwaarde ‘zonder dat dit de fout is van de wegvervoerder’

4.3.4 De voorwaarde ‘door een feit dat zich alleen heeft kunnen voordoen tijdens en ten gevolge van het niet-wegvervoer’

4.3.5 ‘Conditions prescribed by law’

4.4 Conclusie


5. Multimodaal vervoer en de toepasselijkheid van de CMR – J. Spiegel en G.J.H. de Vos

5.1 Inleiding

5.1.1 Multimodaal vervoer

5.1.2 CMR en multimodaal vervoer

5.2 Multimodaal vervoer en het Nederlandse kameleontisch systeem

5.3 De materiële reikwijdte van de CMR

5.4 Het toepasselijke recht op de overeenkomst van multimodaal vervoer

5.4.1 Art. 3 en 4 EVO

5.4.2 Voorrangsregels en openbare orde

5.5 Praktische implicaties en/of complicaties van toepasselijkheid van de CMR op de overeenkomst van multimodaal vervoer

5.5.1 Bevoegdheid

5.5.2 Vorderingsrechten

5.5.3 Protest- en verjaringstermijnen

5.6 Conclusie


6. Sluiting en uitvoering van de CMR-vervoerovereenkomst (art. 4-16 CMR) – R. Bron-Slis, C.P. ten Bruggencate en N.B. Hillebrand1

6.1 Inleiding

6.1.1 De overeenkomst

6.1.2 Partijen bij de overeenkomst

6.1.3 Vorderingsrecht

6.1.4 De vrachtbrief en de vervoerovereenkomst; art. 4 CMR

6.2 De inhoud van de vrachtbrief; art. 5 en 6 CMR

6.3 De gevolgen van onjuiste vermeldingen; art. 7 CMR

6.4 Controleplicht vervoerder; art. 8 CMR

6.5 Bewijsvermoeden; art. 9 CMR

6.6 Aansprakelijkheid voor gebrekkige verpakking; art. 10 CMR

6.6.1 Gebrekkige verpakking

6.6.2 Schade

6.6.3 Aansprakelijkheid afzender

6.6.4 Uitzondering: uiterlijk waarneembare gebreken en kennis bij de vervoerder

6.7 Door de afzender ter beschikking te stellen documenten en bescheiden; art. 11 CMR

6.7.1 Uitvoering douaneformaliteiten

6.7.2 Geen onderzoeksplicht vervoerder

6.7.3 Aansprakelijkheid afzender, schuld van de vervoerder

6.7.4 Aansprakelijkheid vervoerder

6.8 Beschikkingsrecht afzender en geadresseerde; art. 12 en 13 CMR

6.8.1 Algemeen

6.8.2 Afzender of geadresseerde beschikkingsbevoegd?

6.8.3 Voorwaarden aan de uitoefening van het beschikkingsrecht

6.8.4 Aansprakelijkheid van de vervoerder

6.9 Onmogelijkheid tot uitvoering overeenkomst; art. 14 CMR

6.9.1 Instructies van de beschikkingsbevoegde

6.9.2 Aansprakelijkheid van de vervoerder

6.10 Belemmering in de aflevering; art. 15 CMR

6.11 Lossing en verkoop lading, vergoeding van kosten; art. 16 CMR

7. Aansprakelijkheidsgronden en daarmee samenhangende bewijsvermoedens onder de CMR-regeling (art. 3 en art. 17-22 CMR) – E.J. Blom, P.L. Bobeck, Y. Boon, D. Dokter en V.Q. Vallenduuk

7.1 Aansprakelijkheidsgronden

7.1.1 Art. 3 CMR

7.1.1.1 Inleiding

7.1.1.2 Verschil ondergeschikten en ‘andere personen’

7.1.1.3 Uitoefening werkzaamheden / 112

7.1.1.4 Engelse benadering; contractuele aansprakelijkheid of ook onrechtmatige daad?

7.1.1.5 Valt ondervervoer ook onder art. 3 CMR?

7.1.1.6 Conclusie art. 3 CMR

7.1.2 Art. 17 lid 1 CMR

7.1.2.1 Inontvangstneming van de goederen

7.1.2.2 Aflevering van de goederen

7.1.2.3 Conclusie inontvangstneming en aflevering

7.1.2.4 Verlies en beschadiging

7.1.2.5 Geheel of gedeeltelijk verlies

7.1.2.6 Beschadiging

7.1.3 Art. 17 lid 2 CMR

7.1.3.1 Algemene ontheffingsgronden

7.1.3.2 Schuld of opdracht van rechthebbende

7.1.3.3 Eigen gebrek

7.1.3.4 Omstandigheden die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen

7.1.3.4.1 Jurisprudentie & literatuur

7.1.3.4.2 Conclusie art. 17 lid 2 CMR

7.1.4 Art. 17 lid 3 CMR

7.1.4.1 Begrip ‘voertuig’ en ‘gebrek van het voertuig’

7.1.4.2 Ingehuurd voertuig

7.1.5 Art. 19 CMR

7.1.5.1 Wel termijn afgesproken

7.1.5.2 Geen termijn afgesproken

7.1.5.3 Conclusie art. 19 CMR

7.1.6 Art. 21 CMR

7.1.6.1 Begrip ‘remboursement’

7.1.6.2 Voldoening

7.1.6.3 Werkelijke schade of gefixeerd bedrag?

7.1.6.4 Conclusie art. 21 CMR

7.2 Bewijslast en bewijsvermoedens

7.2.1 Art. 17 lid 4 CMR

7.2.1.1 Inleiding: de bevoorrechte ontheffingsgronden

7.2.2 De bijzondere gevaren

7.2.2.1 Art. 17 lid 4 sub a CMR; open voertuigen

7.2.2.2 Gebruik van open voertuigen moet zijn overeengekomen

7.2.2.3 Art. 18 lid 3 CMR; open voertuigen en ongewoon grote tekorten of verliezen

7.2.2.4 Art. 17 lid 4 sub b CMR; ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking

7.2.3 Controleverplichting van de vervoerder

7.2.4 De algemene zorgverplichting

7.2.5 Art. 17 lid 4 sub c CMR; laden, stuwen of lossen door afzender of geadresseerde

7.2.6 Art. 17 lid 4 sub d CMR; de aard van de goederen

7.2.7 Art. 17 lid 4 sub d jo. art. 18 lid 4 CMR; bijzondere voertuigen

7.2.8 Art. 17 lid 4 sub e CMR; onvolledigheid of gebrekkigheid van de merken of nummers en colli

7.2.9 Art. 17 lid 5 CMR; verdeling van de schade

7.2.10 Art. 18 CMR; de bewijslast in het algemeen

7.2.10.1 Inleiding

7.2.10.2 Art. 18 lid 1 CMR; bewijslastverdeling ten aanzien van de algemene bevrijdingsgronden

7.2.10.3 De bewijslast voor gebreken in het voertuig volgens art. 17 lid 3 CMR

7.2.10.4 Art. 18 lid 2 CMR; de bewijslast ten aanzien van de bijzondere bevrijdingsgronden

7.2.10.5 Rechthebbende kan andere oorzaak bewijzen

7.2.11 Art. 20 CMR; de fictie van verlies en het terugvinden van verloren gegane goederen

7.2.11.1 Inleiding

7.2.11.2 Art. 20 lid 2-4 CMR; het terugvinden van de goederen

7.2.12 Art. 22 CMR; gevaarlijke goederen

7.2.12.1 Inleiding

7.2.12.2 Het begrip gevaarlijke goederen

7.2.12.3 De verplichting van de afzender

7.2.12.4 Rechten en plichten van de vervoerder

7.2.12.5 De aansprakelijkheid van de afzender

7.2.12.6 Conclusie


8. Algemene CMR-schadevergoedingsregeling (art. 23-27 CMR) – R. Andringa, Ph.H.J.G. van Huizen en B.J. Speelman

8.1 Schadevergoeding bij verlies

8.2 Overige schadevergoeding ex art. 23 lid 4 CMR

8.2.1 Enge of ruime uitleg van art. 23 lid 4 CMR

8.2.2 Afbakening van art. 23 lid 4 CMR bij een enge uitleg

8.2.3 Afbakening van art. 23 lid 4 CMR bij een ruime uitleg

8.2.4 Gedeeltelijk verlies

8.2.5 Expertisekosten

8.3 Schadevergoeding bij beschadiging

8.4 Schadevergoeding bij vertraging

8.5 Uitzonderingen op de beperking van de schadevergoeding

8.6 Rente koersomrekening


9. Buitencontractuele vorderingen en de CMR (art. 28 CMR) – J. Spiegel

9.1 Vorderingen van de contractuele wederpartij

9.2 Vorderingen van een partij die niet oorspronkelijk contractspartij was

9.2.1 De geadresseerde

9.2.2 De derden die niet in een (semi-)contractuele verhouding tot de vervoerder komen te staan

9.3 Vorderingen jegens ondergeschikten en hulppersonen van de vervoerder

9.4 Vorderingen ten aanzien van verlies, beschadiging of vertraging

9.5 Bepalingen die de aansprakelijkheid uitsluiten, of de verschuldigde schadevergoedingen vaststellen of beperken

9.5.1 Verjaring

9.5.2 Bevoegdheid


10. Doorbreking van de bescherming van de CMR-vervoerder (art. 29 CMR) – M.L. Hendrikse, N.J. Margetson en T.M. Maters

10.1 Inleiding

10.2 Tekst en uitleg art. 29 CMR

10.2.1 Inhoud art. 29 CMR

10.3 Nederlandse jurisprudentie over art. 29 CMR

10.3.1 Nederlands criterium: bewuste roekeloosheid

10.3.2 HR 5 januari 2001, NJ 2001, 391 (Overbeek/CIGNA)

10.3.3 HR 5 januari 2001, NJ 2001, 392 (Van der Graaf/Philip Morris)

10.3.4 Conclusie na 5 januari 2001

10.3.5 Schuldladder

10.3.6 Wat gebeurde er na 5 januari 2001?

10.3.7 Doorbraak van de beperkte aansprakelijkheid van de wegvervoerder door middel van het procesrechtelijke instrument van de verzwaarde stelplicht en van de procesrechtelijke constructie ‘voorshands bewezen behoudens tegenbewijs’

10.3.8 Opmerkelijke ontwikkeling in het personenvervoer

10.4 Art. 29 CMR in het buitenland

10.4.1 België

10.4.2 Duitsland

10.4.3 Het Verenigd Koninkrijk

10.4.4 Frankrijk

10.4.5 Spanje

10.4.6 Italië

10.5 Samenvattend

10.6 Slotoverweging


11. Protesttermijnen en verjaringstermijnen in de CMR (art. 30 en 32 CMR) – J.W.L.M. ten Braak

11.1 Inleiding

11.2 Inleiding verjaringstermijnen

11.3 Duur van de verjaringstermijnen

11.3.1 De algemene verjaringstermijn van één jaar (art. 32 lid 1 CMR)

11.3.2 Uitzondering in geval van opzet of daaraan gelijk te stellen schuld: drie jaar

11.4 Aanvang van de verjaringstermijn (art. 32 lid 1 CMR)

11.4.1 Gedeeltelijk verlies, beschadiging, vertraging (art. 32 lid 1 sub a CMR)

11.4.2 Volledig verlies (art. 32 lid 1 sub b CMR)

11.4.3 Andere gevallen (art. 32 lid 1 sub c CMR)

11.5 Schorsing van de verjaring (art. 32 lid 2 en lid 3 CMR)

11.6 Stuiting van de verjaring (art. 32 lid 3 CMR)

11.7 Samenloop van schorsing en stuiting (art. 32 lid 2 CMR versus art. 32 lid 3 CMR)

11.8 Het gevolg van de verjaring (art. 32 lid 4 CMR)

11.9 Verjaring van regresvordering bij opvolgend vervoer (art. 39 lid 4 CMR)

11.10 Verlenging van verjaringstermijnen / 236

11.11 Redelijkheid en billijkheid

11.12 Protesttermijnen (art. 30 CMR)

11.13 Conclusie


12. Procesrechtelijke aspecten van de CMR-regeling (art. 31 CMR) – H. Boonk, M.A.W. van Maanen en V.R. Pool

12.1 Inleiding

12.1.1 Art. 31 lid 1 CMR: rechtsmacht

12.1.2 Overeenkomst

12.1.3 Rechtsmacht

12.1.4 Relatieve bevoegdheid

12.1.5 Exclusiviteit

12.1.6 Pluraliteit van verweerders

12.1.7 Kort geding

12.1.8 Verstek

12.1.9 Welke vorderingen zijn onderworpen aan art. 31 CMR?

12.1.10 Vordering door en tegen derden

12.1.11 Conflictrechtelijke rechtskeuze voor de CMR

12.1.12 De plaats van inontvangstneming in de zin van art. 31 lid 1 sub d CMR in geval van ondervervoer

12.1.13 Multimodaal vervoer (en gelokaliseerde schade)

12.1.14 Prorogatie

12.2 Litispendentie en tenuitvoerlegging

12.2.1 De verhouding tussen CMR en EEX-Vo

12.2.1.1 De verhouding tussen de EEX-Vo en bijzondere verdragen

12.2.1.2 De tweede samenloopregel

12.2.1.3 Samenloop van CMR en EEX-Vo

12.2.1.4 Invloed van de EEX-Vo-regeling op de uitleg van de CMR

12.2.2 Litispendentie (art. 31 lid 2 CMR)

12.2.2.1 Algemeen

12.2.2.2 De invloed van art. 27 EEX-Vo op de uitleg van art. 31 lid 2 CMR

12.2.2.3 Hetzelfde onderwerp, dezelfde partijen, tijdstip van aanhangigheid

12.2.2.4 Negatieve verklaring voor recht

12.2.2.5 Anti-suitprocedure en forum non conveniens in Engeland

12.2.3 Samenhang (connexiteit)

12.2.4 Executie (art. 31 lid 3 en 4 CMR)

12.2.4.1 Algemeen

12.2.4.2 Tegenstrijdige vonnissen in twee staten

12.3 Zekerheidstelling (art. 31 lid 5 CMR)


13. Arbitrage en CMR (art. 33 CMR) – J. van der Meché

13.1 Inleiding

13.2 Vormvereisten arbitraal beding

13.2.1 Schriftelijk of mondeling

13.2.2 Arbitragebeding opnemen in de vrachtbrief?

13.3 Reikwijdte van het arbitragebeding

13.4 Moment van aangaan van overeenkomst tot arbitrage in de zin van art. 33 CMR

13.5 Toepassing van de CMR door het scheidsgerecht6

13.6 Exclusiviteit van het aangewezen scheidsgerecht

13.7 Erkenning en tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis

13.8 Conclusie


14. Opvolgend vervoer onder het CMR-regime (art. 34-40 CMR) – Y. Boon en D. Dokter

14.1 Inleiding

14.2 Functie

14.3 Doel van de regeling

14.4 Voorwaarden voor de toepasselijkheid van de regeling van opvolgend vervoer

14.5 Één overeenkomst

14.6 Papieren hoofdvervoerder en opvolgend vervoer

14.7 Overname van de vrachtbrief

14.8 Aanvaarding van de vrachtbrief

14.9 Opvolgend vervoer en andere schade

14.10 Opvolgend vervoer en vervoer niet over de weg

14.11 Art. 36: de vervoerders die kunnen worden aangesproken

14.12 Art. 37: onderling verhaal

14.13 Art. 38: insolvente vervoerder

14.14 Art. 39: onderling regres tussen opvolgende vervoerders


Verkort aangehaalde literatuur / 291

Trefwoordenregister / 299

Jurisprudentieregister / 309


Over de auteurs


Mr. drs. M.L. Hendrikse

Docent/onderzoeker bij de Afdeling Privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam, juridisch adviseur te Amsterdam, rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Utrecht.


Prof. mr. Ph.H.J.G. van Huizen

Hoogleraar Handelsrecht Universiteit Utrecht, advocaat bij Van Mens en Wisselink te Rotterdam.

Binnenkort verschijnt

Recent verschenen

Handboek Consumentenrecht  (3<sup>e</sup> druk)

Handboek Consumentenrecht (3e druk)

Prof. mr. E.H. Hondius, mr. G.J. Rijken