Beschrijving
In 2007 begon een crisis, de financiële crisis of kredietcrisis, die zou uitgroeien tot een ernstige economische crisis. Deze crisis is ontstaan in de financiële sector als een crisis van financiëlemarktpartijen zoals banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen. Dit boek ordent en analyseert een aantal vooral juridisch relevante aspecten van de financiële crisis.
Eerst worden de hoofdlijnen besproken van de eisen van ‘goede’ corporate governance waaraan financiëlemarktpartijen moeten voldoen en van de financiële instrumenten zoals ABS’s (asset backed securities) en CDO’s (collateralized debt obligations) die mede een oorzaak zijn geweest van de crisis. Drie rapporten over de crisis komen aan de orde:
• The Turner Review (Verenigd Koninkrijk)
• de Larosière Rapport (Europa)
• Naar Herstel van Vertrouwen (Nederland)
Vervolgens wordt besproken hoe het toezicht op banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen is geregeld in de Wet op het financieel toezicht, gevolgd door de rechtspraak in de Fortis-zaak en de PCM-zaak.
De drie genoemde rapporten staan aan de basis van initiatieven die inmiddels zijn genomen om de oorzaken van de crisis aan te pakken en herhaling te voorkomen:
• Principes voor Beheerst Beloningsbeleid (Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank)
• Code Banken (Nederlandse Vereniging van Banken)
• Walker Review (Verenigd Koninkrijk)
• Europese plannen voor de oprichting van drie toezichthoudende autoriteiten met vergaande bevoegdheden en van de European Systemic Risk Board.
Over de auteur
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Inhoudsopgave
Afkortingen / 9
Inleiding / 15
DEEL 1 ALGEMENE INLEIDING: GOVERNANCE EN FINANCIERING / 17
1 Onderneming en governance / 19
1.1 Naamloze en besloten vennootschappen / 19
1.2 Het monistische stelsel (unitary board) en het dualistische stelsel (dual board) / 20
1.3 Het wetsvoorstel over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen / 22
1.4 Corporate governance en corporate governance-relevante ondernemingen / 30
1.5 Uitgangspunten over de verantwoordelijkheden van de executive directors en de non-executive directors / 34
1.6 Board (and management) responsibilities in corporate governance-relevante ondernemingen / 37
1.7 De Nederlandse corporate governance code / 45
1.8 De Nederlandse corporate governance code over het bestuur en de raad van commissarissen / 47
1.9 De Nederlandse corporate governance code over nevenfuncties / 51
1.10 De Nederlandse corporate governance code over overnamesituaties / 51
1.11 De Nederlandse corporate governance code over het belonings- beleid / 51
1.12 De Nederlandse corporate governance code over commissies van de raad van commissarissen / 55
1.13 Het Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag / 57
1.14 Het Besluit van 26 juli 2008 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen / 58
2 Onderneming en financiering / 61
2.1 Financial assets / 61
2.2 Loan capital en equity capital / 62
2.3 Swaps / 64
2.4 CDS’s / 64
2.5 Een bijzonder type equity swaps / 66
2.6 Securitisatie / 66
2.7 Strange encounters of the first kind: ABS’s en CDO’s / 67
2.8 Strange encounters of the second kind: CBO’s en ABS CDO’s / 70
2.9 Strange encounters of the third kind: synthetische CDO’s / 73
2.10 Untranched en tranched ABS’s en CDO’s / 75
2.11 Andere opmerkingen over ABS’s en CDO’s / 77
DEEL 2 ANALYSES EN OPLOSSINGSRICHTINGEN: DRIE RAPPORTEN / 79
3 ‘The Turner Review’ / 81
3.1 Inleiding / 81
3.2 ‘What Went Wrong?’ / 82
3.3 ‘What to Do?’ / 84
4 Het ‘de Larosière Rapport’ / 93
4.1 Inleiding / 93
4.2 De Lamfalussy-procedure / 93
4.3 ‘Causes of the Financial Crisis’ / 97
4.4 ‘Policy and Regulatory Repair’ / 100
4.5 ‘EU Supervisory Repair’ en ‘Global Repair’ / 102
5 ‘Naar Herstel van Vertrouwen’ / 105
5.1 Inleiding / 105
5.2 ‘Governance en Riskmanagement’ / 105
5.3 ‘Maatschappelijke Rol Banken’ / 107
5.4 ‘Toezicht en Regulering’ en ‘Toekomst Banken Nederland’ / 108
DEEL 3
TOEZICHT OP BANKEN, VERZEKERAARS EN BELEGGINGSINSTELLINGEN / 111
6 De Wet op het financieel toezicht / 113
6.1 Financieel toezicht / 113
6.2 Enkele financiële ondernemingen / 114
6.3 Handelsplatforms / 117
6.4 Vergunningplicht en uitzonderingen / 121
7 Toezicht op banken / 123
7.1 Kredietinstelling, bank en elektronischgeldinstelling / 123
7.2 Belangrijke bepalingen over banken / 123
7.3 Vergunningplicht voor banken / 125
8 Toezicht op verzekeraars / 127
8.1 Verzekeraars / 127
8.2 Belangrijke bepalingen over verzekeraars / 127
8.3 Vergunningplicht voor verzekeraars / 130
9 Toezicht op beleggingsinstellingen / 133
9.1 Beleggingsinstellingen, beleggingsmaatschappijen en beleggingsfondsen / 133
9.2 Icbe-beleggingsinstellingen en het Europese paspoort / 134
9.3 Alternatieve beleggingsinstellingen / 135
9.4 Belangrijke bepalingen over beleggingsinstellingen: prudentieel toezicht / 137
9.5 Belangrijke bepalingen over beleggingsinstellingen: gedragstoezicht / 138
9.6 Vergunningplicht voor beleggingsinstellingen / 141
10 Prudentieel toezicht en gedragstoezicht / 145
10.1 Het Besluit prudentiële regels Wft / 145
10.2 Het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft / 147
DEEL 4 RECHTSPRAAK / 153
11 De Fortis-zaak / 155
11.1 Het feitencomplex in de Fortis-zaak / 155
11.2 De beschikking van de Ondernemingskamer van 24 november 2008 inzake Fortis / 165
11.3 Het arrest van het Court d’appel te Brussel van 12 december 2008 inzake Fortis / 169
11.4 De beschikking van de Ondernemingskamer van 9 februari 2009 inzake Fortis / 175
12 De PCM-zaak / 177
12.1 Het feitencomplex in de PCM-zaak / 177
12.2 De beschikking van de Ondernemingskamer van 10 januari 2008 inzake PCM / 186
DEEL 5 VERSTERKING VAN DE GOVERNANCE / 191
13 De ‘Principes voor Beheerst Beloningsbeleid’ / 193
13.1 Inleiding / 193
13.2 ‘Uitgangspunten voor het Beloningsbeleid’ / 194
13.3 ‘Governance van het Beloningsbeleid’ / 195
13.4 ‘Vormgeving Variabele Beloningsstructuur’ / 196
14 De ‘Code Banken’ / 199
14.1 Inleiding / 199
14.2 De ‘Code Banken’ over het bestuur / 199
14.3 De ‘Code Banken’ over de raad van commissarissen / 200
14.4 De ‘Code Banken’ over risicomanagement / 201
14.5 De ‘Code Banken’ over de interne auditfunctie / 204
14.6 De ‘Code Banken’ over commissies van de raad van commissarissen / 205
14.7 De ‘Code Banken’ over het beloningsbeleid / 206
15 De ‘Walker Review’ / 209
15.1 Inleiding / 209
15.2 ‘Introduction, Context and Scope’ en ‘The Role and Constitution of the Board’ / 210
15.3 ‘Board Size, Composition and Qualification’ / 212
15.4 ‘Functioning of the Board and Evaluation of Performance’ / 214
15.5 ‘The Role of Institutional Shareholders: Communication and Engagement’ / 216
15.6 ‘Governance of Risk’ / 219
15.7 ‘Remuneration’ / 221
DEEL 6 VERSTERKING VAN HET TOEZICHT / 225
16 Europese initiatieven / 227
16.1 Inleiding / 227
16.2 Voorlopige omvorming van de ‘level 3’ comités / 229
16.3 De European Systemic Risk Board / 231
16.4 De drie European Supervisory Authorities / 233
16.5 Credit rating agencies / 239
16.6 Het depositogarantiestelsel / 241
Slot / 243
Verantwoording / 245