Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
  • 9789077320006
  • Arbeidsrecht
  • Thema's Arbeid & Recht deel 3
  • Mr. dr. J. van Drongelen, mr. D.J.J. Korver
  • 134
  • 30-03-2006
  • € 23,50

Beschrijving

Bij de totstandkoming van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is door de toenmalige Minister van Sociale Zaken aangegeven dat via deze wet alle werknemers een loon moest worden verzekerd, dat gezien de algehele welvaartssituatie als een aanvaardbare tegenprestatie voor de verrichte arbeid kan worden beschouwd.

In de afgelopen vier decennia is echter de betekenis van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag aanmerkelijk veranderd. Niet langer staat de eerdergenoemde doelstelling voorop, maar vooral de koppeling met de sociale zekerheidsuitkeringen. Een en ander blijkt uit  de wetswijzigingen die betrekking hebben op het aanpassingsmechanisme die van een automatische aanpassing is gewijzigd in een koppeling met afwijkingsmechanisme. Met dit laatste heeft een beleidsmatige invulling van de aanpassing zijn intrede gedaan.

Over de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is niet zoveel literatuur verschenen. Reden genoeg in de reeks Arbeidsrechtelijke thema’s een deeltje over deze wet op te nemen. Na een inleiding met daarin een kort historisch overzicht over het wettelijke minimumloon en de minimumvakantiebijslag komen deze beide elementen afzonderlijk aan de orde. Ook wordt aandacht besteed aan het loonbegrip dat en andere begrippen die in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden gehanteerd. Ook het toezicht van overheidswege wordt behandeld.


Inhoudsopgave


Lijst van afkortingen / 11

Voorwoord / 13


1. Inleiding / 15

1.1 In den beginne / 15

1.2 Een eerste stap / 16

1.3 (Wettelijk) minimumloon wenselijk? / 17

1.3.1 Een minimumloon en de openbare aanbesteding van werken / 17

1.3.2 De grondslag van het wettelijke minimumloon / 17

1.3.3 Een wettelijk minimumloon, een overheidsplicht / 18

1.4 De Huisarbeidswet 1933 / 18

Toezicht / 20

1.5 De Landbouwcrisiswet 1933 / 21

1.6 De oorlogstijd / 22

1.7 De loonvorming na de oorlogstijd / 24

1.7.1 Geleide loonpolitiek / 24

1.7.2 Loonvloer / 24

1.7.3 Gedifferentieerde loonpolitiek / 25

1.7.4 Naar een vrijere loonpolitiek / 25

1.8 Naar de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; het minimumloon/ 26

1.8.1 Geen behoefte aan een wettelijk minimumloon / 26

1.8.2 Tweespalt in de Stichting van de Arbeid / 26

1.8.3 Een eerste algemeen geldend individueel recht op een minimumloon / 27

1.8.4 De Sociaal-Economische Raad gaat om / 27

1.9 Naar de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag; de minimumvakantiebijslag/ 28

1.10 De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag / 29

1.10.1 Het minimumloon; de achterliggende gedachte / 29

1.10.2 De minimumvakantiebijslag; de achterliggende gedachte / 30

1.10.3 De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in hoofdlijnen / 30

1.11 Een aantal belangrijke wetswijzigingen / 31

1.11.1 De wijziging van de leeftijdsgrens, minimumjeugdlonen en de toepasselijkheidop deeltijders / 31

Wijziging leeftijdsgrens, minimumjeugdloon / 31

Minimumjeugdloon voor 13- en 14-jarigen? / 32

Kleine deeltijders / 32

1.11.2 Indexeringsperikelen / 33

Indexering aan regelingslonen / 33

De Wet herziening aanpassingsmechanismen / 33

De Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheid / 34

1.11.3 Toezicht op de naleving / 35

1.11.4 Wijziging percentage vakantiebijslag / 36


2. De begrippen ‘dienstbetrekking’, ‘werknemer’ en ‘werkgever’ / 37

2.1 Inleiding / 37

2.2 Het begrip ‘dienstbetrekking’ / 37

De arbeidsovereenkomst / 37

De gezagsverhouding / 38

Loon / 38

Arbeid / 38

Gedurende zekere tijd / 39

Rechtsvermoeden bestaan arbeidsovereenkomst / 39

(‘Kleine) deeltijders’ / 40

Ambtenaren / 40

2.2.1 De uitbreiding van het begrip ‘dienstbetrekking’ / 41

Handelsagenten / 41

Nader aan te wijzen categorieën werkenden / 41

2.2.2 De inperking van het begrip ‘dienstbetrekking’ / 42

Nader aan te wijzen arbeidsverhoudingen/bijzondere omstandigheden / 42

2.3 Het begrip ‘werknemer’ / 43

2.3.1 Inleiding / 43

2.3.2 Territoriale werkingssfeer / 43

2.3.3 Uitzondering territoriale werkingssfeer (1) / 43

De Wet arbeid mijnbouw Noordzee / 44

Het begrip ‘continentaal plat’ / 44

Het begrip ‘mijnbouwinstallatie’ / 44

Het begrip ‘werknemer’ in de Wet arbeid mijnbouw Noordzee / 45

Uitbreiding van het begrip ‘werknemer’ in de Wet arbeid mijnbouw Noordzee / 46

Inperking van het begrip ‘werknemer’ in de Wet arbeid mijnbouw Noordzee / 47

2.3.4 Uitzondering territoriale werkingssfeer (2) / 47

2.3.5 Uitzondering territoriale werkingssfeer (3) / 47

2.4 Het begrip ‘werkgever’ / 47


3. Het loonbegrip / 49

3.1 Inleiding / 49

3.2 De arbeidsovereenkomst en het loonbegrip / 49

3.2.1 Loon / 49

Loon in geld / 49

Loon anders dan in geld / 50

3.2.2 Geen loon / 51

3.3 Het minimumloon en het loonbegrip / 52

3.3.1 Loon / 52

3.3.2 Geen loon / 52

Overwerk / 53

Vakantiebijslagen / 54

Winstuitkeringen / 54

Bijzondere gelegenheden / 54

Spaar- en pensioenregelingen / 54

Kostenvergoedingen / 54

Kostwinners en gezinshoofden / 55

Eindejaarsuitkeringen / 55

Spaarloonregeling / 56

Nadere regelgeving / 56

3.3.3 Bijzondere loonvoorschriften / 56

Beloningen van derden / 57

Fooien / 57

Fooien en het minimumloon / 58

Loon bij het niet verrichten van arbeid / 59


4. Het minimumloon / 61

4.1 Inleiding / 61

4.2 Het recht op minimumloon / 61

4.2.1 Een eerste leeftijdsbegrenzing: 23- tot 65-jarigen / 61

4.2.2 Een tweede leeftijdsbegrenzing: 21- en 22-jarigen / 62

4.2.3 Een derde leeftijdsbegrenzing: 15- tot 23-jarigen / 62

4.3 De hoogte van het minimumloon / 62

4.3.1 Uitgangspunt van de hoogte van het minimum: bedrag per maand / 62

4.3.2 Het minimumjeugdloon / 63

4.3.3 De aanpassing van de hoogte van het minimumloon / 64

De hoogte van het minimumloon / 64

Het begrip ‘ontwikkeling van de contractlonen’ / 64

De hoofdregel van het aanpassingsmechanisme / 64

Negatieve ontwikkeling van de contractlonen / 65

Afwijkingsgronden / 65

Besluitvorming in verband met afwijking / 66

Ontsnappingsmogelijkheid in geval van ernstige tijdnood / 67

Gevolgen van de afwijking / 67

Bijzondere herziening / 68

Rekening houden met herziening vakantiebijslag / 68

Samenloop / 69

De praktijk / 70

4.3.4 Een vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheid / 70

Ondernemingen, bedrijfstakken of beroepsgroepen / 70

Huishoudelijke of persoonlijke diensten / 71

4.4 Uitbetaling van het minimumloon / 71

4.4.1 Uitbetaling van het loon bij een arbeidsovereenkomst / 71

Het ‘naar tijdruimte vastgestelde geldloon’ / 71

Verlenging van de betalingstermijn / 72

Stukloon / 72

Het stukloon en de voorschotregeling / 72

Vernietiging van de betalingstermijnen / 73

4.4.2 Uitbetaling van het minimumloon bij ontbreken van een arbeidsovereenkomst/ 73

4.4.3 Langere periode van afrekening van het loon / 74

4.4.4 Wettelijke verhoging / 74

Wettelijke verhoging – arbeidsovereenkomst / 74

Wettelijke verhoging – minimumloon / 76

4.5 De ‘normale arbeidsduur’ / 77

4.5.1 Inleiding / 77

Vaststelling naar evenredigheid / 77

Invulling begrip ‘normale arbeidsduur’ / 77

Andere invulling begrip ‘normale arbeidsduur’ / 77

Stukloon / 78

4.5.2 De rechter en de worsteling met de ‘normale arbeidsduur’ / 78

Een bewijslastprobleem / 78

De ene slaapdienst is de andere niet / 80

De aard van de te verrichten werkzaamheden / 82

4.5.3 Een beleidsmatige invulling / 86

SER-advies 1985 / 86

De Stichting van de Arbeid aan zet / 87

De praktische uitwerking / 88

Nieuw onderzoek / 88

4.5.4 Een nadere invulling van het begrip ‘normale arbeidsduur’ / 90

4.6 Verjaring / 91


5. De minimumvakantiebijslag / 93

5.1 Inleiding / 93

5.2 Het recht op een minimumvakantiebijslag / 93

5.2.1 Inleiding / 93

Bovengrens / 94

5.3 De hoogte van de minimumvakantiebijslag / 94

5.3.1 Het uitgangspunt van de hoogte van de minimumvakantiebijslag / 94

5.3.2 Geen of een lagere vakantiebijslag / 94

Uitzonderingen / 94

Anticumulatie / 95

5.3.3 Bijzondere herziening / 96

5.4 Uitbetaling van de minimumvakantiebijslag / 96

Uitzonderingen / 96

5.5 De vakantiebonnen / 97

5.6 Verjaring / 97


6. Toezicht / 99

6.1 Inleiding / 99

6.2 Aanwijzing toezichthouders / 99

6.2.1 Inleiding / 99

6.2.2 De Arbeidsinspectie / 99

6.2.3 Toezicht op de naleving / 100

6.2.4 Bevoegdheden en verplichtingen van de toezichthouders / 101

Het evenredigheidsbeginsel / 101

Het betreden van plaatsen / 102

Woningen / 102

De inlichtingenverplichting / 103

De inzage in zakelijke gegevens en bescheiden / 103

Het kopiëren van zakelijke gegevens en bescheiden / 103

Onderzoeken/doorzoeken / 104

De medewerkingsplicht / 104

Het verschoningsrecht / 104

De algemene geheimhoudingsplicht / 105

6.3 Mededelingen in het kader van onderbetaling / 105

6.3.1 Mededeling aan betrokkenen / 105

De ondernemingsraad / 106

6.3.2 Mededelingsverplichting van uitvoeringsinstanties / 107

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag / 109

Rechtspraakoverzicht / 121

Literatuuroverzicht / 125


Over de auteur(s)


Mr. dr. J. van Drongelen: jurist ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en docent Sociaal Recht en Sociale Politiek universiteit van Tilburg.

Mr. D.J.J. Korver: specialist Arbeid en Organisatie bij het Expertisecentrum van de Arbeidsinspectie.