Beschrijving
Het grote belang voor de praktijk dat gelegen is in goed inzicht in de financiering van fusie- en overnametrajecten, wordt alom erkend. De advocaat/bankjurist die zich met een acquisitiefinanciering bezighoudt, wordt geconfronteerd met tal van rechtsgebieden, waarvan hij geacht wordt iets te weten. Dat is moeilijk, maar ook uitdagend. Het doel van dit boek is om die taak te vereenvoudigen. Dit boek is het eerste deel van een serie van twee boeken die tezamen beogen om in hoofdlijnen de verschillende juridische aspecten van een vreemdvermogenfinanciering van een overname te beschrijven. Daarbij zal met name aandacht worden gegeven aan het verbintenissenrecht, het goederenrecht, het faillissementsrecht en het vennootschapsrecht. Dit eerste deel gaat in op de economische achtergrond, de kredietdocumentatie, de zekerhedenstructuur en de vestiging van goederenrechtelijke zekerheden in het algemeen. Het tweede deel behandelt vervolgens de vestiging van goederenrechtelijke zekerheden in het bijzonder, de persoonlijke en oneigenlijke zekerheden, het verbod van financiële assistentie en de overige vennootschapsrechtelijke en juridische aangelegenheden die bij een acquisitiefinanciering een rol spelen. Het boek is een bruikbare inleiding en maken de materie uiterst toegankelijk voor de jurist die zich niet alle dagen verdiept in het financieel aspect van het overnametraject waarin hij wordt betrokken.
Inhoudsopgave
Voorwoord 9
Afkortingen 11
1 Inleiding
1.1 Acquisitiefinancieringen 13
1.2 Doel 14
1.3 Reikwijdte 15
1.4 Basiscasus 16
1.5 Variaties op een thema 18
1.6 Opzet van het boek 18
2 Economische achtergrond
2.1 Inleiding 21
2.2 Financiering 22
2.2.1 Winst en cashflow 23
2.2.2 Concernfinanciering 23
2.2.3 Herfinanciering 25
2.2.4 Recapitalisation 25
2.2.5 Projectfinanciering 26
2.2.6 Asset finance 26
2.3 Risico en rendement 27
2.3.1 Het verband tussen risico en rendement 27
2.3.2 Risico 28
2.3.3 Zekerheden 29
2.3.4 Terugbetalingsmogelijkheden 30
2.4 Agency theorie 30
2.5 Vermogensvormen 32
2.5.1 Eigen vermogen 33
2.5.2 Vreemd vermogen 34
2.5.3 Achtergesteld vreemd vermogen 35
2.6 Solvabiliteit, liquiditeit en rentabiliteit 36
3 Kredietdocumentatie
3.1 Inleiding 41
3.2 Offer letter, mandate letter, term sheet, fee letter en funding indemnity letter 43
3.3 Kredietovereenkomst 45
3.3.1 Inleiding 45
3.3.2 Syndicaatsverband 46
3.3.3 Structuur 48
3.3.4 Faciliteiten 49
3.3.5 Hoofdsom 54
3.3.6 Doel 55
3.3.7 Aflossing 55
3.3.8 Rente 57
3.3.9 Kosten en provisies 59
3.3.10 Opschortende voorwaarden (conditions precedent) 59
3.3.11 Voorstellingen van zaken en garanties (representations and warranties) 60
3.3.12 Geboden en verboden (covenants) 62
3.3.13 Informatieverplichtingen (information covenants) 64
3.3.14 Vervroegde opeisbaarheid (events of default) 64
3.3.15 Imputatie 66
3.3.16 Algemene Bankvoorwaarden (‘ABV’) 67
3.3.17 Verhouding tussen de syndicaatsleden en de rol van de agent 68
3.3.18 Overdracht 68
3.3.19 Rechts- en forumkeuze 70
3.4 Achtergestelde leningsovereenkomst 70
3.4.1 Juridische kwalificatie 71
3.4.2 Varianten 74
3.4.3 Pandrecht op achtergestelde vordering 74
3.4.4 Conversie van de achtergestelde lening in aandelenkapitaal 75
3.4.5 Wederzijdse zekerhedenregeling 76
3.5 Intercreditor agreement 77
3.5.1 Toerekening van betalingen 77
3.5.2 Ge- en verboden, alsmede garanties 80
3.5.3 De verantwoordelijkheden, bevoegdheden en aansprakelijkheid van de agent 80
3.5.4 Boilerplate 81
3.6 Pand- en hypotheekakte 81
3.7 Garantie 81
3.8 Statuten, besluiten en certificaten 82
3.9 Legal Opinion 83
3.9.1 Doel 83
3.9.2 Opbouw 84
3.9.3 Onderhandelingen en ‘gouden regel’ 86
4 Collectieve zekerheidsstructuren
4.1 Inleiding 89
4.2 Zekerheidsstructuur, het probleem 90
4.3 Het gemeenschappelijk pandrecht 92
4.4 De SPV-structuur 94
4.5 Borgtocht 95
4.6 Actieve hoofdelijkheid 97
4.7 Parallel debt 100
4.8 Zekerheden aan niet-schuldeiser 102
4.9 Wisseling van collateral agent 104
4.10 Conclusie 105
5 Goederenrechtelijke zekerheden, algemeen
5.1 Inleiding 107
5.2 Enige belangrijke onderscheidingen 108
5.2.1 Toepasselijke regels verschillen per soort goed 108
5.2.2 Verpande vorderingen en gesecureerde vorderingen 108
5.2.3 Zekerheid door derde en zekerheid aan derde 109
5.2.4 De ‘vestigingshandeling’ en de ‘vestiging’ 110
5.2.5 Overzicht 111
5.3 Economische achtergrond 112
5.4 Wettelijke vereisten 115
5.4.1 Vestigingshandeling voor het zekerheidsrecht 116
5.4.2 Titel 116
5.4.3 Beschikkingsbevoegdheid 117
5.4.4 Vatbaar voor overdracht 119
5.4.5 Voldoende bepaaldheid in de zin van artikel 3:84 lid 2 BW 120
5.4.6 Gesecureerde vorderingen voldoende bepaalbaar 121
5.4.7 Authentieke en notariële akten 123
5.5 Belangrijkste bevoegdheden 124
5.5.1 Omzetting van een stil pandrecht in een openbaar pandrecht 124
5.5.2 Omzetting van een bezitloos pandrecht in een vuistpandrecht 124
5.5.3 Inningsbevoegdheid 125
5.5.4 Rechtsvorderingen ter bescherming van het verpande goed 125
5.5.5 Derdezekerheid 125
5.5.6 Contractuele rechten 126
5.5.7 Parate executie 126
5.5.8 Separatisme 127
5.5.9 Voorrang 127
5.5.10 Executoriale kracht 127
5.5.11 Uitwinning 128
5.5.12 Geen toe–eigening 130
5.6 Rechten van derden 130
5.6.1 Beschikkingsonbevoegdheid 130
5.6.2 Blokkerende werking van beslag 133
5.6.3 Voorrechten en andere gronden van voorrang 134
5.6.4 Retentierecht 137
5.6.5 Bodembeslag 138
5.6.6 Recht van reclame 138
5.6.7 Verrekening 138
5.6.8 Substitutie 139
5.6.9 Ontbinding 139
5.6.10 Overzicht 139
5.7 Faillissement 140
5.7.1 Wijken voor bevoorrechte schuldeisers 141
5.7.2 Dwang tot uitoefening van het zekerheidsrecht 141
5.7.3 Lossing 141
5.7.4 Afkoelingsperiode 141
5.7.5 Inning door de curator 142
5.7.6 Toekomstige goederen 142
5.8 Einde van het zekerheidsrecht 142
5.9 Registratie van zekerheidsrechten 144
Literatuurlijst 145
Initialen NJ-annotatoren 153
Lijst met figuren 155
Lijst met tabellen 157
Wetsartikelenregister 159
Jurisprudentieregister 161
Trefwoordenregister 163
Over de auteur(s)
Mr. dr. E.M. Vermeulen is advocaat en partner bij NautaDutilh Advocaten in Rotterdam.