Het ontslagrecht in de praktijk

Beschrijving

Ontslag is in veel gevallen een ingrijpend gebeuren. De werknemer moet bij een (dreigend) ontslag op zoek naar een nieuwe werkkring en kan geconfronteerd worden met een al dan niet langdurige periode van werkloosheid. Dit kan onzekerheid, statusverlies en inkomensachteruitgang met zich brengen. Er moet dus ook niet al te lichtzinnig over ontslag worden gesproken. Er wordt wel eens een vergelijking gemaakt met een rouwproces om aan te geven wat het effect is van het (moeten) verwerken van een gedwongen ontslag, zeker als een werknemer tientallen jaren bij dezelfde werkgever werkzaam is geweest.

 

Ook voor de werkgever is een ontslag geen eenvoudige opgave. Hij zet in de meeste gevallen de eerste stap om de arbeidsrelatie te beëindigen. Daarbij spelen uiteenlopende motieven een rol, bedrijfseconomische en bedrijfsorganisatorische motieven, in de werknemer zelf gelegen redenen en een verstoorde arbeidsrelatie. Bij bedrijfseconomische motieven moet de werkgever een keuze maken; welke werknemers blijven en wie wordt ontslagen? Welke procedure moet worden gevolgd? Als de werkgever niet oplet, kan het effectueren van het ontslag worden vertraagd en kan hij schadevergoeding moeten betalen. Ontslag heeft dus gevolgen voor zijn bedrijfsvoering en ondernemingsbeleid.

 

Dit boek – de titel zegt het al – is geen theoretische beschouwing over het ontslagrecht. De doelstelling van het boek is zo nauw mogelijk te vertrekken vanuit en aan te sluiten bij situaties in de ontslagpraktijk. Om deze reden bevat dit boek veel (op de praktijk en op onderzoek gebaseerde) voorbeelden en schema’s.

Over de auteur(s)

Mr. dr. J. van Drongelen: universitair hoofddocent Sociaal Recht en Sociale Politiek Universiteit van Tilburg

Mw. mr. S. Klingeman: advocaat bij Maes-Staudt Advocaten NV te Eindhoven

Mr. A.D.M. van Rijs: docent Sociaal Recht en Sociale Politiek Universiteit van Tilburg

Inhoudsopgave

Lijst van afkortingen

Lijst van verkort aangehaalde literatuur

Voorwoord

 

1 Het systeem van het ontslagrecht

1.1 Inleiding

1.2 De systematiek van het ontslagrecht

1.3 De beëindigingswijzen in schema

1.4 Het procederen in ontslagzaken

1.4.1 Inleiding

1.4.2 De absolute competentie

1.4.3 De relatieve competentie

1.4.4 De dagvaardingsprocedure

1.4.5 De verzoekschriftprocedure

1.4.6 De voorlopige voorziening

1.4.7 Het bewijsrecht

1.4.8 Het ontslag op staande voet

1.4.9 De bedrijfseconomische reden

1.4.10 Disfunctioneren

 

2 De vormgeving van het ontslag

2.1 Inleiding

2.2 Beëindiging met wederzijds goedvinden

2.2.1 Inleiding / 30

2.2.2 De uitwerking van deze beëindigingswijze

2.2.3 Verschil met andere beëindigingswijzen

2.3 Beëindiging van rechtswege

2.3.1 Inleiding

2.3.2 Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

2.3.3 De ontbindende voorwaarde

2.3.4 De dood van de werknemer

2.3.5 Verschil met andere ontslagwijzen

2.3.6 De omzetting van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd naar onbepaalde tijd

2.4 Ontslag door ontbinding van de arbeidsovereenkomst

2.4.1 Inleiding

2.4.2 Gewichtige redenen

2.4.2.1 Dringende reden

2.4.2.2 Veranderingen in de omstandigheden

2.4.3 De vergoeding bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst – algemeen

2.4.3.1 Ontbinding wegens een dringende reden en vergoeding

2.4.3.2 Ontbinding wegens veranderingen in de omstandigheden en de billijke vergoeding – de kantonrechtersformule

2.4.3.3 Werkgevers- of werknemersverzoek

2.4.3.4 Vergoeding en sociaal plan

2.4.4 Formele aspecten

2.4.4.1 Inleiding

2.4.4.2 De bevoegde rechter

2.4.4.3 Meer dan één (juridische) werkgever

2.4.4.4 Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek

2.4.4.5 De termijn waarbinnen een verzoek moet worden ingediend

2.4.4.6 Het intrekken van het ontbindingsverzoek

2.4.4.7 Het tijdstip waarop de ontbinding effectief wordt

2.4.4.8 Rechtsmiddelen

2.4.5 Verschil met andere ontslagwijzen

2.4.6 Ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens wanprestatie

2.5 Ontslag door opzegging

2.5.1 Inleiding

2.5.2 De toestemming van het UWV

2.5.2.1 Wie moet de ontslagvergunning vragen?

2.5.2.2 Wanneer is een ontslagvergunning (niet) nodig?

2.5.2.3 Wie is bevoegd tot het verlenen van de ontslagvergunning?

2.5.2.4 Hoe verloopt de procedure?

2.5.3 Toezicht op de BBA-procedure

2.5.3.1 De Minister van SZW

2.5.3.2 De Nationale ombudsman

2.5.3.3 Onrechtmatige (overheids)daad

2.5.4 Het tijdstip waartegen wordt opgezegd en de opzegtermijnen

2.5.5 Bijzondere opzegging: ontslag in de proeftijd

2.5.5.1 Geldigheidsvereisten

2.5.5.2 Grenzen aan de proeftijd

2.5.5.3 De beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd

2.5.6 Bijzondere opzegging: ontslag op staande voet

2.5.6.1 Dringende reden

2.5.6.2 Onverwijld

2.5.6.3 Gelijktijdige mededeling

2.5.6.4 Schadeplichtigheid

2.5.6.5 Dringende redenen voor de werkgever

2.5.6.6 Dringende redenen voor de werknemer

2.5.6.7 Risico’s

2.5.7 Onregelmatig ontslag

2.5.8 Kennelijk onredelijk ontslag

2.5.8.1 Gevolgen van een kennelijk onredelijk ontslag

2.5.8.2 Samenloop kennelijk onredelijk ontslag en ontslag op staande voet

2.5.9 Matiging

2.5.10 Verschil met andere ontslagwijzen

 

3 Aanleiding voor ontslag

3.1 Inleiding

3.2 Ontslag op bedrijfseconomische gronden

3.2.1 Keuzerechtvaardiging

3.2.1.1 Inleiding

3.2.1.2 Het begrip ‘bedrijfsvestiging’

3.2.1.3 Het begrip ‘per categorie uitwisselbare functies’

3.2.1.4 Het evenredigheids- of afspiegelingsbeginsel

3.2.1.5 De stappen van het UWV

3.2.1.6 De rekenvoorbeelden

3.2.1.7 Het evenredigheids- of afspiegelingsbeginsel in het schoonmaakbedrijf

3.2.1.8 Het evenredigheids- of afspiegelingsbeginsel en de uitzendsector

3.2.2 Afwijking van het verplichte evenredigheids- of afspiegelingsbeginsel

3.2.2.1 Inleiding

3.2.2.2 Vervanging bij een derde onmogelijk

3.2.2.3 Bijzondere kennis of bekwaamheden van de werknemer

3.2.2.4 Een zwakke arbeidsmarktpositie van de werknemer

3.3 Collectief ontslag

3.3.1 Inleiding

3.3.2 De meldingsverplichting collectief ontslag

3.3.2.1 Inleiding

3.3.2.2 Wat is collectief ontslag?

3.3.2.3 De meldingsverplichting

3.3.3 De vereisten voor de melding

3.3.3.1 De vereisten voor de melding aan de belanghebbende werknemersverenigingen

3.3.3.2 De vereisten voor de melding aan het UWV

3.3.3.3 Gevolgen van het niet voldoen aan de meldingsvereisten

3.3.3.4 De wachttermijn van één maand

3.3.3.5 Het in behandeling nemen van de toestemmingsverzoeken aan het UWV

3.3.3.6 Ontbindingsverzoeken en de vergewisverplichting van de kantonrechter

3.3.3.7 Fictie van raadpleging

3.3.3.8 Sanctie op niet-naleving van de meldingsverplichting

3.3.3.9 Geheimhouding

3.4 Overgang van onderneming

3.4.1 Ontslagbescherming

3.4.2 Ontslag niet onmogelijk

3.5 Insolventie

3.5.1 Faillissement

3.5.2 Surseance van betaling

3.6 Ontslag op persoonlijke gronden

3.6.1 Disfunctioneren van de werknemer

3.6.2 Verwijtbaar handelen

3.6.3 Verstoorde arbeidsverhouding

3.7 Bijzondere opzegverboden

3.7.1 Discriminatoire opzegging

3.7.2 Opzegging van werknemers met een bepaalde functie

3.7.3 Victimisatieopzegging

3.7.4 Maatschappelijk onbetamelijke opzegging

3.7.5 Ontbinding en opzegverboden

3.7.5.1 ‘Zich vergewissen’

 

4 De gevolgen van het ontslag

4.1 Inleiding

4.2 Reorganisatie en ontslag

4.2.1 Inleiding

4.2.2 De ondernemingsraad

4.2.3 De werknemersvereniging

4.2.4 Het sociaal plan

4.2.4.1 Algemeen

4.2.4.2 De ingrediënten voor een sociaal plan

4.3 Outplacement

4.3.1 Inleiding

4.3.2 Het UWV

4.4 Concurrentiebeding

4.4.1 Inleiding

4.4.2 Beschermende bepalingen

4.4.3 Boetebeding en nakoming

4.4.4 ‘Zwaarder drukken’

4.5 Fiscale aspecten van ontslag

4.5.1 Beëindigingsvergoedingen

4.5.2 Oudere werknemers

4.6 Werkloosheid

4.6.1 Arbeidsurenverlies

4.6.2 Loonverlies

4.6.3 Beschikbaarheid

4.6.4 Referte-eis

4.6.5 Uitsluitingsgronden

4.6.6 Uitkeringsduur en uitkeringshoogte

4.6.7 Verwijtbaar werkloos

4.6.8 Benadelingshandeling

4.6.9 Tot slot

 

Bijlage 1 De Aanbevelingen van de Kring van Kantonrechters

Bijlage 2 Besluit werkgebieden UWV 2013

Bijlage 3 Arbeidsmarktregio’s en de gemeenten van vestiging van de Werkpleinen

Bijlage 4 Adressen vestigingen AJD

Bijlage 5 Formulier voornemen tot melding collectief ontslag

Bijlage 6 UWV Beleidsregels toepassing artikelen 24 en 27 WW 2006

€ 27,25
Bestellen

ISBN: 9789490962937

2e druk

Rechtsgebied: Arbeidsrecht

Auteur: mr. dr. J. van Drongelen, mr. S. Klingeman, mr. A.D.M. van Rijs

Aantal pagina's: 246

Verschijningsdatum: 26 juni 2013

Rectificatie

In het boek Crowdfunding. Juridische aspecten van financiering door de menigte, blijken passages voor te komen uit de masterscriptie van mr. C.J. Noordam.

Lees verder
NIEUWSBRIEF

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

Aanmelden
Contact

Uitgeverij Paris bv

Postbus 4083, 7200 BB Zutphen

Waterstraat 5, 7201 HM Zutphen

 

E-mail info@uitgeverijparis.nl

Telefoon 0575-514299

Fax 0575-514509

KvK 08101480

Contactpagina